WASHINGTON - De prioriteit van de Amerikaanse regering lag vóór de aanslagen van 11 september 2001 op New York en Washington niet bij het terrorisme, maar op de verdediging tegen langeafstandsraketten. Dat meldde het dagblad The Washington Post donderdag.

De krant schrijft dat Bush' nationale veiligheidsadviseur Condoleezza Rice op 11 september 2001 in een toespraak het toekomstige veiligheidsbeleid van de regering zou presenteren. Rice zou zich in haar rede vooral concentreren op de verdediging tegen raketten, niet op het terrorisme.

Het raketafweersysteem zou volgens Rice de hoeksteen zijn van de nationale veiligheidsstrategie. De namen van het terreurnetwerk al-Qaeda, Osama bin Laden of een andere islamitische extremistische groepering kwamen niet in de toespraak voor.

Schurkenstaten

Rice zou wel verwijzen naar het terrorisme, maar dan als dreigend gevaar van de zogeheten schurkenstaten, waaronder Irak. De nationale veiligheidsadviseur hield haar toespraak uiteindelijk niet, omdat de vernietigende aanslagen op New York en Washington ervoor zorgden dat ze zich schuil moest houden in een bunker.

"We moeten ons zorgen maken over bomkoffers, autobommen en een flesje sarin dat wordt opengemaakt in een ondergrondse", luidde een deel van de toespraak. "Maar waarom zouden we onze deuren voorzien van nachtsloten en busjes traangas inslaan, als we onze ramen open laten staan?"

Beleid

De toespraak is een weerspiegeling van het buitenlandse beleid van Bush' regering in de maanden voor de terroristische aanslagen, constateerde de krant uit een vergelijking van onder meer toespraken en persconferenties. Het raketafweersysteem was het paradepaardje van de regering, hoewel het zowel in de Verenigde Staten als elders ter wereld op verzet stuitte. Terrorisme stond beduidend lager op de prioriteitenlijst.

Commissie

De vraag of de regering Bush afdoende was voorbereid op een terroristische aanval, staat centraal in de ondervragingen van een commissie die de terreuraanslagen van 11 september 2001 onderzoekt. Rice moet binnenkort onder ede en publiekelijk voor die commissie getuigen.