AMSTERDAM - Er zijn meer mensen in de semipublieke en publieke sector die een topinkomen ontvangen. Ongeveer 2651 mensen verdienden meer dan 193.000 euro in 2011, tegen 2165 werknemers in 2010.

Dit blijkt uit een rapportage van minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken aan de Tweede Kamer.

Volgens het ministerie is de stijging ontstaan doordat de grens van 193.000 euro gelijk is gebleven. Een salaris dat in 2010 nog net onder de grens zat, zou er in 2011 net boven komen door de jaarlijkse loontwikkeling van een paar procent.

Het meest werd verdiend door de bestuursvoorzitter van Vestia. Deze verdiende ruim 1,2 miljoen euro in 2011.

Zorgaanbieders

De grootste stijging van topinkomens vond plaats bij zorgaanbieders. Daar steeg het aantal met 447 naar 2021 grootverdieners. Volgens een woordvoerder van het ministerie is hier het effect zichtbaar van de normale loonontwikkeling.

Beweeg de cursor over de lijn om de percentages te zien . De gegevens zijn afkomstig van Rijksoverheid. Bekijk hier een grote versie. - (c)NU.nl/Jerry Vermanen

Het gemiddelde salaris van alle topinkomens is wel gedaald. In 2010 lag het gemiddelde op 234.191 euro. Een jaar later is dat 218.783 euro.

In 2011 kregen 198 mensen een ontslagvergoeding. Zij verdienden in een jaar daardoor gemiddeld 263.499 euro. In 2010 lag dit nog op 294.768 euro.

Nieuwe wet

Plasterk vindt zelf dat er nog te veel mensen in de (semi)overheid nog te veel geld verdienen. De komende jaren zal het aantal grootverdieners ook afnemen waarschijnlijk.

Vanaf het nieuwe jaar geldt de nieuwe Wet Normering Topinkomens (WNT). Hierdoor ligt het maximumsalaris voor bestuurders in de semipublieke en publieke sector op 130 procent van een ministersalaris van 144.000 euro.

Als daar onkostenvergoedingen en de pensioenbijdrage bij worden opgeteld is de nieuwe grens 228.599 euro. De grens geldt niet voor medewerkers.

Achteruit

De leidinggevenden gaan er niet direct op achteruit. De eerste vier jaar blijft het salaris gelijk waarna in de drie volgende jaren het salaris wordt teruggebracht naar de Balkenende-norm. Plasterk had hun inkomen ''het liefst van de ene op de andere dag'' naar beneden bijgesteld, maar dat mag niet van de wet.

In het regeerakkoord hebben VVD en PvdA afgesproken dat het maximum omlaag gaat naar 100 procent van een ministersalaris. Ook niet-bestuurders gaan dan onder de regeling vallen.