SOESTDIJK - Daar staan ze weer op het bordes, de leden van de koninklijke familie. Bijna net als vroeger bij de meer dan dertig defilés voor de jarige Juliana. Nu echter overwegend in het zwart, grijs of antraciet gekleed.

Even ervoor hebben ze de zaterdag overleden prinses aan de achterzijde van Paleis Soestdijk uitgeleide gedaan. Dat moment werd aan het publieke oog onttrokken. De Oranjes wilden het afscheid van Juliana van haar huis voor zichzelf houden.

Erehaag

Alleen het eigen personeel hield een erehaag. De broze prins Bernhard, zeer aangeslagen door de gebeurtenissen, blijft de hele tijd binnen, maar slaat de gang van zaken zowel achter als voor het paleis vanachter de ramen gade.

Juliana woonde sinds 1937 op het paleis, was er gelukkig en ongelukkig, hield er zo goed en kwaad als het ging een gezinsleven op na, ze kweekte er haar geliefde lathyrussen, ontving er ministers. Werk en privé liepen een beetje door elkaar tijdens haar wat rommelig georganiseerde koningschap.

Soestdijk

Nooit wilde ze verhuizen naar Den Haag, waar ze als koningin toch eigenlijk hoorde. "Soestdijk is mooi in het midden van het land", was haar smoes.

De voortuin leende zich in elk geval prima voor het jaarlijkse defilé. Juliana's laatste afscheid van Soestdijk, woensdag, begint voor de vele belangstellenden daarvoor een beetje als de defilés van vroeger. De ogen met spanning gericht op het bordes, dan wat beweging achter de glazen deuren.

De stemming onder de enkele duizenden die zich volgens een schatting van de politie voor het paleis hebben verzameld, is nu echter weemoedig. Er wordt slechts op gedempte toon gesproken. Herinneringen worden opgehaald ("Ze was zelf ook lang niet altijd makkelijk, hoor"), mijmeringen geuit ("Toch een stukje van je eigen leven ook, hè?') en er wordt wat gespeculeerd over Bernhard ("anders zit hij nooit ergens mee, maar ja, op een moment als dit...").

Scoutje

Intussen wordt één scoutje, op wacht langs de route, niet lekker. Hij wordt opgelapt door de politie. De stilte wordt totaal als de lijkwagen, gewoon van de Haagse firma Innemee, aan de voorkant van het paleis verschijnt, met het gebalsemde lichaam van de prinses, en de bordesdeuren opengaan. Een trouwe paleismedewerker zit naast de chauffeur.

Koningin Beatrix en de prinsessen Irene, Margriet en Christina dalen, geëmotioneerd, het bordes af om in de volgauto plaats te nemen. Tussen de bloemen door die de afgelopen dagen zijn bezorgd en, weer net als vroeger, aan weerszijden van de paleistrap zijn gelegd.

Daarop glijdt de stoet richting uitgang, met zeventien motorrijders voorop, langs de galerij waar Juliana of Bernhard vaak werden gefotografeerd, door de pers gesnapt op hoogte- en dieptepunten. Hier en daar wordt toch een traantje weggepinkt, bij het uit alle generaties bestaande publiek, en een keertje extra geslikt. "Daar gaat ze, voor het laatst", mompelt iemand toch licht aangedaan. Dan klinkt een stevig applaus, als de lijkwagen de grote weg oprijdt, als blijk van waardering en sympathie voor 'de oude koningin'.