CABRA/PRISTINA - De begrafenis van twee Albanese jongens in Kosovo wier dood de aanleiding zou zijn geweest voor de gewelddadigheden van afgelopen week, is zondag probleemloos verlopen. Naar schatting 6000 tot 8000 mensen woonden de plechtigheid en teraardebestelling bij.

Het internationale bestuur van de regio had vooraf omvangrijke veiligheidsmaatregelen getroffen. Vele honderden militairen uit Denemarken, Duitsland en Pakistan moesten de orde bewaren op en rond de begraafplaats. Ook leden van de Italiaanse oproerpolitie, Duitse sluipschutters, Kosovaarse politieagenten en drie helikopters werden ingezet.

De jongens verdronken dinsdag in de Ibar-rivier. Geruchten dat ze door Serviërs met honden de rivier in waren gedreven, leidden tot ernstige ongeregeldheden tussen etnische Albanezen en Serviërs in en buiten Kosovo. Daardoor vonden minstens 28 mensen de dood, raakten honderden anderen gewond en werden duizenden Serviërs verdreven uit hun huizen. Kerken en moskeeën gingen in vlammen op.

Op de wegen naar Cabra was om de vijftien kilometer een controlepost van de NAVO opgesteld. De begrafenisplechtigheid werd vanaf een heuveltop door pantservoertuigen en vanuit de lucht met helikopters in de gaten gehouden.

Fonds

De regering van Kosovo heeft een fonds opgericht voor het herstel van de 110 huizen en zestien Servische kerken die de afgelopen week door etnische Albanezen zijn vernield. Bij de onlusten van de afgelopen week vielen 28 doden en zeshonderd gewonden. Volgens de autoriteiten zijn 3.600 mensen hun huizen ontvlucht, voor het merendeel Serviërs. De vlam sloeg in de pan nadat woensdag een groep Serviërs met honden etnisch-Albanese kinderen de rivier de Ibar injoegen, waarin drie van hen verdronken. Een van de kinderen is nog niet gevonden.

Tegenslag

De Verenigde Naties, die de provincie sinds het einde van de oorlog van 1999 besturen, lieten weten zich niet te laten afschrikken door de daden van enkele individuen en nog steeds vastbesloten te zijn om van Kosovo een democratische en multi-etnische maatschappij te maken. Dit was een tegenslag, maar niet het einde, zei Harri Holkeri, het hoofd van het VN-bestuur in Kosovo.