DEN HAAG - Het kabinet wil af van de situatie dat kabelmaatschappijen de tv-kijker alleen pakketten met veel programma's aanbieden. Het gaat met de kabelsector overleggen over een "vastrechtmodel". Net als bij de telefonie wordt dan een vast bedrag in rekening gebracht voor de aansluiting op het netwerk. Vervolgens wordt betaald naarmate men programma's wenst te ontvangen.

Dat staat in de nota "omroep via de kabel" van minister Brinkhorst (Economische Zaken) waarmee het kabinet heeft ingestemd. De D66-bewindsman wil hiermee bereiken dat net als in de telefonie Tele2-achtige ondernemingen ontstaan. Zij hebben zelf geen netwerk, maar kunnen wel abonnementen verkopen door ruimte te huren op de kabel.

Commerciële omroepen

Als het vastrecht is betaald, wordt van alles mogelijk. De aanbieders van de programma's, bijvoorbeeld commerciële omroepen, kunnen aan de kabelmaatschappij betalen voor doorgifte. Het kan ook zijn dat de consument daarvoor betaalt via de rekening voor het programmapakket.

Als de programma-aanbieder betaalt, kan die nog kiezen of de consument extra moet betalen, zoals gebeurt bij Canal+. In dit spel kunnen zogeheten "packagers", een soort makelaars, ruimte huren op de kabel en overeenkomsten sluiten met programma-aanbieders en met kijkers.

Het kabinet verwacht dat ze kleinere pakketten zullen aanbieden tegen scherpe prijzen. Het valt te verwachten dat onder druk van die concurrentie "de kabelexploitanten vervolgens zelf meer keuzevrijheid gaan bieden."

Kabinet

Het kabinet had eigenlijk verwacht dat eerder al meer concurrentie was ontstaan op de "markt" van de tv. De kijker kan immers kiezen tussen de kabel, een schotel of een spriet. Meer dan procent van de kijkers maakt gebruik van de kabel, zo'n acht procent van de satelliet en minder dan één procent van signalen uit de ether, hetgeen vandaag de dag ook kan bij digitale televisie.

De markt van de kabeltelevisie wordt gedomineerd door drie maatschappijen: UPC (38 procent), Essent (27 procent) en Casema (21 procent). Het kabinet wil nu de concurrentie bevorderen door regels te maken over toegang tot de kabel en de prijzen die de maatschappijen mogen berekenen.

De Opta, de toezichthouder op de telecom, gaat analyseren hoe de markt verdeeld is. Volgens R. van Esch, van de kabelbrancheorganisatie Vecai, gaat het daarbij om wie welke positie heeft en wat er tegen een te overheersende positie is te doen. Hij wacht het gesprek met de minister over de ,,nuancering in de infrastructuur'' af.