DEN HAAG - Het speciale fiscale regime voor woonwagenkampVinkenslag nabij Maastricht werd instandgehouden omdat bij deBelastingdienst de overtuiging bestond dat alleen op die manier debewoners op termijn normaal belasting zouden betalen. Tot aan detoenmalige directie van de Belastingdienst in Zuid-Nederland warende afspraken bekend.

Dat heeft staatssecretaris Wijn (Financiën) woensdag aan deTweede Kamer geschreven. Hij was eerder in verlegenheid geraaktnadat duidelijk was geworden dat de Belastingdienst niet in staatwas op woonwagenkamp Vinkenslag belasting te innen. Dat leverdeveel verontwaardiging in de samenleving en in de politiek op.Uiteindelijk kwam het belastingtarief op Vinkenslag gemiddeld uitop 3 procent.

Langzaam resultaat

De voorzichtige aanpak van de fiscus leverde volgens Wijnlangzaam resultaat op. De belastingafdrachten stegen in de loop derjaren flink, van 9338 gulden in de eerste helft van 1992 tot.012.863 gulden in 2001. Om die reden hield de fiscus de afsprakenin stand, uiteindelijk tot 1 januari 2004.

Wijn kondigde eerder alaan dat er zonodig disciplinaire maatregelen zullen wordengetroffen tegen werknemers van de Belastingdienst die jarenlangniet durfden op te treden en afzagen van belastingheffing op hetgrootste Nederlandse woonwagenkamp Vinkenslag.

Overheidsvrijplaatsen

De CDA-staatssecretaris schrijft aan de Kamer dat er op geenenkele manier meer uitzonderingen gemaakt mogen worden. Vanaf 1997probeerde de Belastingdienst in samenwerking met gemeente enpolitie een einde te maken aan zogenoemde overheidsvrijplaatsen,plekken waar probleemgroepen zaten zoals bewoners van bepaaldewoonwagencentra. Wijn stelt vast dat hier vooral een rol voor degemeente is weggelegd.
De Tweede Kamer praat donderdag met Wijn over debelastingvrijstaatjes in Nederland.