Vijf maanden na de moord op Anja Joos verschijnen donderdag acht van de negen verdachten voor de rechter. De rechtbank in Amsterdam moet de komende twee dagen uitzoeken wat ieders aandeel is geweest bij het schoppen en slaan van het slachtoffer.

De jongeren, in leeftijd variërend van 17 tot 20 jaar, sloegen zo hard dat ze kort daarna aan de verwondingen overleed, vorig jaar op 6 oktober.

Respect

Haar dood veroorzaakte grote maatschappelijke onrust. Bij een stille tocht tegen zinloos geweld liepen ruim duizend mensen mee. De Amsterdamse burgemeester Job Cohen hamerde tijdens de tocht in een toespraak op drie normen: "Respect voor iedereen, geweldloze oplossingen van conflicten en respect voor vrouwen."

Joos werd door medewerkers van de supermarkt Dirk van den Broek aangezien voor een winkeldief. Zij kon met de kassabon echter aantonen dat ze voor haar blikje bier betaald had. Joos zou toen racistische opmerkingen gemaakt hebben in de richting van de jongeren, waarna de jongens haar aanvielen.

'Voetbal'

Alleen de hoofdverdachte, de 19-jarige Mohamed G., heeft tot nu toe een bekentenis afgelegd. "Hij gebruikte Joos als een soort voetbal", zei de aanklager tijdens een eerdere pro forma-zitting. De anderen ontkennen te hebben geschopt.

Het Openbaar Ministerie heeft grote moeite te bewijzen wie precies waar verantwoordelijk voor is geweest. Justitie benadrukt dat met name de 'groepsdynamiek' van belang is bij deze geweldpleging.

Ernst

Duidelijk is dat de groep niet de ernst van de situatie op dat moment besefte. Later schrokken ze van het nieuws dat ze aan haar verwondingen was overleden. "Het was een beetje uit de hand gelopen", zeiden twee van de verdachten over de moord onlangs in het televisieprogramma Nova.