EINDHOVEN - Het transport van gevaarlijke stoffen over het spoor moet beter worden geregeld. Producenten en vervoerders hebben daarbij een eigen verantwoordelijkheid, die ze meer dan nu het geval is moeten nemen. Dat vinden vertegenwoordigers van een aantal Brabantse en Zuid-Hollandse gemeenten. Ze willen op korte termijn met het Rijk overleg om te komen tot structurele oplossingen.

Dat zei wethouder Freij van Venlo woensdag na een gesprek met vertegenwoordigers van Helmond, Eindhoven, Tilburg, Breda, Den Bosch, Dordrecht en Zwijndrecht. Onlangs bepaalde de Raad van State dat Venlo terecht weigert een vergunning af te geven voor het rangeren van wagons met gevaarlijke stoffen op het emplacement, dat in het centrum van de Limburgse stad ligt.

De andere gemeenten waren bang dat daardoor meer treinen met gevaarlijke stoffen over hun grondgebied zouden gaan rijden. Volgens Freij is die angst voorbarig. De gemeenten hebben de uitspraak van de Raad van State wel aangegrepen om gezamenlijk een vuist te maken om het transport van onder andere LPG en producten van DSM beter te regelen, zo bleek na afloop van het overleg dat in Eindhoven plaatsvond.

DSM

De treinen van DSM kunnen volgens Freij gewoon via Venlo blijven rijden als het Limburgse bedrijf ze slechts laadt met een en dezelfde stof. Treinen die LPG vervoeren van de Sloehaven naar Duitsland hebben wel een probleem. Die moeten namelijk van locomotief wisselen omdat de spoorsystemen in Nederland en Duitsland niet uniform zijn. Dat gebeurde altijd in Venlo en dat mag vanaf 1 juni niet meer. Wisselen op het rangeerterrein van Kijfhoek in Zuid-Holland, zoals wel is gesuggereerd, is daarvoor geen alternatief.

Gemeenten

De gemeenten willen dat het Rijk maatregelen treft om het vervoer van gevaarlijke stoffen via de zogenoemde Brabantroute op termijn te verminderen. Dat kan bijvoorbeeld door te kiezen voor bijvoorbeeld de Betuweroute. Ook het vervoer over het water en via pijpleidingen is een mogelijk alternatief. Woensdag is nadrukkelijk afgesproken dat het creeren van een oplossing op de ene plaats echter niet mag leiden tot nieuwe problemen elders.

De gemeenten vinden ook dat ze meer zeggenschap moeten krijgen. Volgens wethouder Dost van Zwijndrecht moet daarvoor de milieuwetgeving worden aangepast. Daarin is volgens hem wel van alles geregeld waaraan de producent van gevaarlijke stoffen moet voldoen, maar niets over het transport via het spoor.

Volgens de Eindhovense wethouder Schreurs vindt ook minister Dekker dat het spoortransport van gevaarlijke stoffen beter moet worden geregeld. "Ik denk dat ze zit te wachten op een initiatief zoals wij dat nu hebben genomen".

Onrust

De onrust die met name bij de Brabantse steden was ontstaan, is volgens wethouder Freij te wijten aan uitlatingen van ProRail, de beheerder van het spoorwegennet, en het railtransportbedrijf Raillion. "Ik heb de indruk dat die ondernemingen bang zijn dat de vrijheid van het spoor in het geding is. Misschien hebben ze geprobeerd op die manier politieke druk op te bouwen."