DEN HAAG - Nederland komt over de brug met een bedrag van een half miljoen euro voor de familie van zeker zestig kinderen op Haïti die in 1996 stierven aan door een Nederlands bedrijf geleverde vervuilde glycerine. Het gaat om een gebaar van Buitenlandse Zaken, stelde zaterdag een woordvoerster van het ministerie.

De nabestaanden - zo'n tachtig tot honderd families - krijgen twee jaar lang een bedrag van 200 euro per maand overgemaakt via het VN-kinderfonds Unicef op Haïti. De eilandstaat, de laatste weken in het nieuws door de politieke onrust die leidde tot het vertrek van president Aristide, is een van de armste landen ter wereld met een gemiddeld inkomen per hoofd van de bevolking van 30 euro per maand.

Chemiebedrijf Vos

De bewuste glycerine was door het Alphense chemiebedrijf Vos aangevoerd uit China, via een Duits tussenpersoon uitgevoerd naar Haïti en daar verwerkt in hoestdrankjes.

De zaak werd via een financiële schikking van ruim twee ton geregeld via het Openbaar Ministerie. De leiding van Vos ging vrijuit. Dat geld zou vanzelf in de staatskas terechtkomen. De woordvoerster benadrukt dat Buitenlandse Zaken geen partij is geweest in de schikking. Ofwel, het kan niet aansprakelijk worden gesteld voor het optreden van het bedrijf.

Verenigde Naties

Het lijkt er overigens op dat Nederland ook onder druk van de Verenigde Naties stond. De VN-rapporteur voor giftige stoffen stelde de kwestie eerder aan de orde. Volgens een memorandum van Buitenlandse Zaken, waaruit NRC Handelsblad van zaterdag citeert, zou de slepende kwestie voor de VN-mensenrechtenconferentie deze maand moeten zijn geregeld met een financieel gebaar. Daardoor kan de rapporteur op de hoogte worden gebracht “van de wijze waarop deze zaak wordt afgehandeld”.