DEN HAAG - Bij de integratie van allochtonen speelt onderwijs een sleutelrol. Daarom moet er in het onderwijs meer dwang worden toegepast. Wie geen werk kan vinden omdat hij niet over een diploma beschikt, moet gekort kunnen worden op zijn uitkering. Er moeten verplichte leer/werkcontracten komen voor jongeren die de school voortijdig verlaten. Ook dienen er verplichte schakelklassen te komen voor leerlingen met een taalachterstand.

Een CDA-werkgroep onder leiding van de Rotterdamse wethouder Van der Tak schrijft dat in een rapport dat maandag verschijnt. Het rapport, Nederland Integratieland, borduurt voort op een eerdere studie van het Wetenschappelijk Instituut van het CDA.

Lagere opleiding

Het rapport legt sterk de nadruk op het belang van onderwijs en werkgelegenheid bij de integratie. Het constateert dat leerlingen van allochtone afkomst gemiddeld een lagere opleiding volgen dan Nederlandse kinderen en dat de werkloosheid onder nieuwkomers fors hoger is dan onder autochtone Nederlanders.

Ouders

Volgens het rapport is het niet alleen nodig dat leerlingen harder achter de broek gezeten worden om een diploma te halen. Ook de ouders van migranten moet meer bij de school worden betrokken. Zij zouden voor aanvang van de schoolperiode bindende afspraken moeten maken over ouderparticipatie.

Bedrijfsleven

Ook het bedrijfsleven kan zijn steentje bijdragen aan de integratie. Volgens het rapport moeten sociale partners en Kamers van Koophandel zich verplichten om vertegenwoordigers van migrantenorganisaties in hun besturen op te nemen. Ook dienen overheid en sociale partners afspraken te maken over het uitsluiten van alle vormen van discriminatie bij de werving van personeel.

Huiselijk geweld

Verder bevat het rapport voorstellen die al eerder door het CDA zijn gedaan en die voor een deel ook in het regeerakkoord zijn opgenomen, zoals het beperken van de gezinsvorming en -hereniging. Ook moeten er volgens de werkgroep harder worden opgetreden tegen huiselijk geweld. Plegers van huiselijk geweld zouden voor een periode van vijf jaar geen bruid uit het land van herkomst mogen laten overkomen.