WASHINGTON - Bij de Amerikaanse inlichtingendienst CIA ontbreekt het aan geheime informatie over het regime en oppositiegroepen in Syrië.

Dat heeft de pogingen van de regering in Washington belemmerd om de verdrijving van de Syrische president Bashar al-Assad te versnellen.

Dat meldt The Washington Post dinsdag op basis van informatie van Amerikaanse en buitenlandse functionarissen van inlichtingendiensten.

Onderscheppen

De Amerikaanse spionnen zijn de laatste maanden intensiever aan de slag gegaan met het verzamelen van informatie, maar vooralsnog moeten zij het voor grootste deel hebben van het controleren van onderschepte communicatie en het van grote afstand gadeslaan van het bloedige conflict in Syrië.

De CIA heeft een handvol agenten gestationeerd bij belangrijke grensposten, maar heeft in Syrië zelf geen eigen agenten op de grond.

De positie in Syrië staat in schril contrast tot die in Libië en Egypte ten tijde van de opstanden. In die landen speelde de CIA een prominente rol bij het verzamelen van informatie van binnenuit, aldus de gezaghebbende krant.

Moeilijker

Het gebrek aan inlichtingen maakt het volgens The Washington Post voor de Amerikaanse regering veel moeilijker om sturend op te treden in het bloedige conflict, dat het risico meebrengt dat opstandelingen met sympathie voor al-Qaeda of militante islamieten een sterke positie krijgen in Syrië.

Lees alles over de onrust in het Midden-Oosten in ons dossier