DEN HAAG - Lucia de B. was donderdag voor het eerstuitgebreid aan het woord tijdens haar hogerberoepszaak bij hetgerechtshof in Den Haag. Haar verhoor concentreerde zich vooral opnegatieve beeldvorming die op de werkvloer rond haar persoon wasontstaan en haar drijfveren om in de verpleging te gaan. De-jarige verpleegkundige ontkende onder meer aantijgingen overdiefstallen, alcohol- en drugsgebruik.

De publieke tribune en persplaatsen waren voor het eerst sindshet begin van de behandeling van het hoger beroep gevuld. Onder debelangstellenden waren onder meer ex-collega's, politiemensen enfamilieleden van Lucia. Net als bij de rechtbank zijn haar in hogerberoep dertien moorden en vijf moordpogingen op ziekenhuispatiëntentenlastegelegd.

Drugs

Diverse mensen die begin jaren negentig met De B. in hetZiekenhuis Leyenburg werkten, hebben bij de politie verklaard datze dachten dat ze verslaafd was aan drugs, dat ze er uit zag alseen junk en dat ze opiaten als morfine uit de medicijnkast stal.Lucia ontkende dit en ook dat ze te veel alcohol zou gebruiken.

Lucia wees er telkens op dat niemand ooit iets van die dingenheeft kunnen bewijzen. "Ik wou dat ik kon verklaren waarom ze datover me hebben gezegd, maar ik heb geen idee", antwoordde ze toenvoorzitter E. von Brucken Fock van het hof daarnaar vroeg. Ookvroeg ze zich af waarom ze haar tijdens de opleiding dan steedsvoldoendes hadden gegeven als ze haar zo slecht vonden. Ze kreegoverigens bepaald geen juichende eindbeoordeling van Leyenburg.

Verklaringen

Voor geen van de vele aantijgingen die Von Brucken Fock aan haarvoorlas had de verdachte een verklaring. De tientallen verklaringenvertonen veel overeenkomsten. Af en toe reageerde De B.verontwaardigd, geërgerd en ongeduldig op verklaringen vanvoormalige collega's. Het hof kreeg Lucia echter niet zover dat zevertelde hoe het kon dat zoveel mensen hetzelfde over haar dachten."Ik heb geen idee waarom al die mensen zulke dingen over mezeggen. Ik weet gewoon niet wat ik er op moet antwoorden. Triestgewoon."

De beschuldiging van een leidinggevende dat De B. de verplegingzou gebruiken om haar eigenwaarde op te krikken, wees ze niet zoresoluut van de hand, maar vulde hem iets anders in. "Ik voelde meinderdaad beter doordat ik verpleegkundige was, ja. Dit is eenberoep waarin je echt iets kan betekenen, waarin je met iets goedsbezig bent. Dit is een beroep van: wauw! daar kan je trots opzijn."

Superieur

Tot slot las de voorzitter een deel voor uit een dagboek vanLucia waarin ze zichzelf beschreef als superieur aan haarcollega's. Haar meningen over patiënten stonden vaak haaks op dievan haar gediplomeerde collega's, omdat zij 'superieure genen' zouhebben. Daardoor zou ze beter begrijpen wat de problemen van dezieken waren.