DEN HAAG - Het inburgeringsexamen dat het kabinet wil opleggen aan mensen die naar Nederland willen komen voor gezinsvorming of gezinshereniging moet van een redelijk haalbaar niveau zijn. De eisen mogen niet zo zwaar zijn dat analfabeten of laagopgeleiden geen kans van slagen hebben. Het inburgeringsexamen brengt hoge kosten mee, dus het kabinet moet nog eens goed nadenken of die tegen de baten opwegen.

Een commissie onder leiding van de Zuid-Hollandse commissaris van de koningin Franssen schrijft dat in een woensdag uitgebracht advies aan minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie). Verdonk had om het advies gevraagd. Het kabinet wil het afleggen van een inburgeringsexamen in het thuisland wettelijk gaan verplichten.

Franssen wilde woensdag tijdens een toelichting in Den Haag niet uitspreken dat er beter niet begonnen kan worden met de examens in het buitenland. "Als commissie kunnen wij ons niet in dat type beschouwingen uitspreken. De politiek moet er een oordeel over vellen." Een nadere specificatie van de voorspelde hoge kosten kon hij niet geven. "Maar willen we echt werk maken van integratie, dan moeten we bereid zijn de portemonnee te trekken."

Examen

De commissie-Franssen stelt voor om bij het examen alleen de beheersing van de Nederlandse taal te toetsen. Het examineren van kennis van de Nederlandse samenleving raadt zij af. De nieuwkomers spreken de Nederlandse taal nog onvoldoende om een dergelijk examen in het Nederlands af te leggen. En examinering in de eigen taal zou veel te duur worden.

Volgens de commissie moet het kabinet ook los daarvan nog eens goed nadenken over de kosten van het project. Ze sluit niet uit dat die zo hoog worden dat investering van eenzelfde bedrag voor inburgering in Nederland meer vruchten afwerpt. De commissie vindt dat er in elk geval eerst proeven gedaan moeten worden om ervaring op te doen.

Op meer dan 160 Nederlandse posten in het buitenland zullen de examens afgelegd moeten kunnen worden. Het gaat dan om een enkel tot enkele duizenden examens per jaar. Omdat van het examen afhangt of iemand een verblijfsstatus krijgt, moet elke vorm van fraude worden uitgesloten.

Nieuwkomers

De commissie denkt dat nieuwkomers zich flinke inspanningen moeten getroosten om aan de exameneisen te voldoen. Zij verwacht dat voorbereiding op het examen 250 tot 300 uur vergt. Zou ook kennis van de Nederlandse samenleving worden getoetst - wat de commissie dus afraadt - dan komt daar nog eens 50 uur bij.

Overigens vindt de commissie dat het kabinet wel audiovisueel materiaal in de talen van het land van herkomst over Nederland moet verspreiden. De gezinsmigrant krijgt dan de kans zich een goed beeld te vormen over de Nederlandse samenleving.