WASHINGTON - De verdreven Haïtiaanse president Jean-Bertrand Aristide beweert het slachtoffer te zijn van een "staatsgreep". Hij zei dat dinsdag tijdens een vraaggesprek met de Amerikaanse nieuwszender CNN. Aristide verblijft op dit moment in de Centraal Afrikaanse Republiek. Een Amerikaanse regeringswoordvoerder ontkende de aantijgingen.

Volgens Aristide moest hij onder druk van de Amerikanen het Caribische eiland verlaten om een bloedbad te voorkomen. Ook de verklaring van zijn terugtreden zou hij niet uit vrije wil hebben getekend. Amerikaanse agenten op Haïti zouden hem hebben gezegd dat "duizenden" zouden sterven als hij niet zou vertrekken. "Zij zeiden dat ik beter kon gaan".

Aristide zei twintig uur in een Amerikaans vliegtuig met gewapende begeleiders te hebben doorgebracht en pas 20 minuten voor de landing op de hoogte te zijn gebracht van de bestemming. Tijdens tussenlandingen mocht hij niet bellen. "Ik noem het opnieuw en opnieuw een staatsgreep. Ik noem het een staatsgreep omdat het een moderne vorm van ontvoering is."

"Niemand mag een gekozen president dwingen te vertrekken om een bloedbad te voorkomen", zei de ex-president. De gewapende opstand tegen hem begon begin februari. In tal van steden in het armste land van heel Amerika werden toen al geruime tijd betogingen gehouden tegen het bewind. De opstand heeft ongeveer honderd levens gekost. Eenzelfde aantal raakte gewond.

Washington liet Aristide zaterdag openlijk vallen. De VS stelden, net als Frankrijk, de president grotendeels verantwoordelijk voor de chaos en het geweld en pleitten voor zijn vertrek. De Amerikaanse minister Powell van Buitenlandse Zaken noemde de beschuldigingen dat Aristide is ontvoerd absurd. "Hij ging vrijwillig dat vliegtuig in", aldus Powell.