DEN HAAG - Slobodan Milosevic heeft dinsdag voor het eerst tekenen van spijt betuigd tijdens zijn proces voor het Joegoslavië-Tribunaal.

Dit gebeurde toen voor het eerst een getuige werd opgeroepen uit een van de kwetsbaarste groepen slachtoffers die de oorlogen in ex-Joegoslavië hebben gemaakt: de weduwen die zijn achtergebleven met kleine kinderen.

Ajmane Behramaj, een Kosovo-Albanese vrouw, verloor op het hoogtepunt van de Kosovo-crisis in 1999 naast haar man haar zes weken oude baby. "Het spijt mij dat de getuige haar baby heeft verloren, maar ik moet een aantal vragen stellen", zei Milosevic, voordat hij aan het kruisverhoor van de eerste vrouwelijke getuige begon.

De ondervraging was dan ook milder van toon dan bij eerdere verhoren, en Milosevic hield het kort. "Hij lijkt net een mens", merkte een Joegoslavische journaliste na afloop van de zitting sarcastisch op.

Behramaj, afkomstig uit het dorp Izbica, werd in het voorjaar van 1999 door Servische troepen gedwongen haar woonplaats te verlaten: tanks reden na het begin van de NAVO-bombardementen het dorp in.

Stoet

In een lange stoet probeerden naar schatting 3000 mensen te voet Albanië te bereiken. De lange rij mensen werd beschoten en opgebroken. Daardoor verloor zij het contact met haar zus die op dat moment haar zes weken oude baby droeg.

Door gebrek aan voeding is de baby overleden, zo hoorde Behramaj later. Zij heeft het lijkje nooit teruggezien. De weduwe zorgt nu voor de vier overgebleven kinderen.

Na lange omzwervingen bereikte Behramaj Albanië. Haar man was zich schuil gaan houden in de heuvels. Later, toen Kosovo na de NAVO-bombardementen onder VN-bestuur was geplaatst, kon Behramaj terugkeren. Toen hoorde zij dat haar echtgenoot was gedood.

/DOSSIERMilosevic