ANKARA - De Turkse regering zal een eventueel nieuw uitstel van de definitieve onderhandelingen met de Europese Unie (EU) over haar toekomstige lidmaatschap beschouwen als een "nee" van de EU tegen de toetreding van Turkije. "Het wordt nu ja of nee", benadrukt secretaris-generaal van Europese Zaken van het ministerie van Buitenlandse Zaken Murat Sungar in zijn kantoor in Ankara. Hij meent dat Nederland daarom als toekomstig EU-voorzitter een belangrijke rol krijgt in de toekomst van zijn land.

"Als de EU in december geen groen licht geeft, is dat niet aan het Turkse volk uit te leggen", vertelt Sungar. "De druk en de snelheid van het doorvoeren van de hervormingen zullen verdwijnen. Dat zal zeer nadelige gevolgen voor ons land en onze regering hebben. Het proces van hervormingen zal instorten. Daarom is uitstel onaanvaardbaar."

Voorzitterschap

De EU beslist in december onder Nederlands voorzitterschap of de zo fel begeerde onderhandelingen over het EU-lidmaatschap met Turkije beginnen. Dat besluit wordt een van de belangrijkste onderwerpen die Nederland als voorzitter van de EU in het tweede deel van dit jaar voor de kiezen krijgt.

Sungar wijst er met klem op dat het er alleen maar om gaat om de definitieve onderhandelingen voor het Turkse EU-lidmaatschap te beginnen. Niet om het al verlenen van het lidmaatschap. "Dat kan nog vele jaren duren", legt hij uit. "Gedurende die tijd moeten we in Turkije de hervormingen die nu in werking zijn gezet, in praktijk gaan brengen. Het toewijzen van de onderhandeling zal daarvoor een enorme stimulans zijn."

Rol

De secretaris-generaal vindt dat de Nederlandse regering een voorname rol gaat spelen. Daarom draagt ze ook een grote verantwoordelijkheid. "Wij hopen dat Nederland voor het groene licht kan zorgen. Nederland heeft ondanks zijn misschien beperkte omvang veel invloed", meent Sungar. "En als je het voorzitterschap van de EU bekleedt, moeten andere landen in ieder geval naar je ideeën luisteren. We hopen op het prestige-gevoel van Nederland. Onze ambassades zijn nu achter de schermen al erg hard aan het werk."

Kandidaat

Turkije is al sinds 1999 kandidaat voor de toetreding tot de EU, maar is het enige kandidaat-land dat nog niet eens begonnen is aan de toetredingsonderhandelingen. De EU heeft vooral zorgen uitgesproken over de situatie van de mensenrechten in Turkije. Niet onterecht, zo blijkt uit recente informatie.

In een memorandum van Amnesty International van 12 februari dit jaar aan de Turkse regering, constateert de mensenrechtenorganisatie dat er nog steeds grove schendingen van de mensenrechten in het land plaatshebben. "Marteling en medische zorg van gevangenen door de politie blijven nog steeds een zaak van grote zorg", zo staat in het bericht aan de Turkse overheid.

Hoewel er in 2003 veel minder meldingen bij Amnesty International zijn binnengekomen over het gebruik van methodes zoals het toedienen van elektrische schokken en het ophangen van mensen aan hun armen, zijn er nog steeds regelmatig berichten over andere zware vergrijpen.

Gevangenen

Het gaat met name om meldingen over het slaan van gevangenen, het naakt laten lopen van gevangenen en ze seksueel intimideren. Ook worden verdachten van de politie nog steeds verbaal geïntimideerd door bijvoorbeeld doodsbedreigingen. Deze laatste methode wordt soms kracht bij gezet met nepexecuties. Tevens gebruikt de politie nog steeds beperking van slaap, eten, drinken en het gebruik van de wc als middel om bekentenissen af te dwingen.

Amnesty International

Volgens Amnesty International blijven sommige opsporingsambtenaren nog steeds geloven dat het mishandelen van verdachten niet tot sancties zal leiden en dat het daarom is toegestaan. Sommige rechters blijven er ook nog steeds voor kiezen om bewijs en verklaringen die uit marteling zijn verkregen, gewoon toe te laten in een proces, concludeert de mensenrechtenorganisatie.

Sungar heeft inmiddels van deze bevindingen kennisgenomen. "We nemen dit zeer serieus en zullen direct actie ondernemen", verzekert hij. De secretaris-generaal wijst dat er nadrukkelijk op dat er al een mentaliteitsverandering in zijn land tot stand aan het komen is. "Vroeger werden de mensen van Amnesty niet eens toegelaten tot ons land. Nu krijgen ze alle medewerking om hun werk te doen."

Maar veranderingen invoeren en ook nog eens in praktijk brengen, kan volgens hem niet van de een op de andere dag. En hij vreest dat als de onderhandelingen met de EU toch worden opgeschort, de veranderingen helemaal tot stilstand komen.