BREDA - De rechtbank in Breda heeft dinsdag de 20-jarige B.G. veroordeeld tot negen jaar cel en tbs met dwangverpleging. G. stak op 18 juli Bart Raaijmakers in Tilburg dood na een uit de hand gelopen straatroof. Tegen G. was vijftien jaar cel en tbs geëist.

De rechtbank legde drie medeverdachten langdurige celstraffen op: twaalf jaar voor de 19-jarige C.R., acht jaar voor de -jarige G. de G. en zeven jaar voor de eveneens 18-jarige R.A. . De ernst van de feiten rechtvaardigen deze straffen, aldus de rechtbank. De eisen tegen R.A. en G. de G. luidden twaalf jaar cel, tegen R. vijftien jaar. Laatstgenoemde heeft het slachtoffer hard geschopt.

Doodslag

De vier mannen zijn veroordeeld wegens gekwalificeerde doodslag (doodslag met strafverzwarende omstandigheden, in dit geval roof). De eis tegen hoofdverdachte B.G. gold moord, maar dat achtte de rechtbank niet bewezen. De rechtbank beperkte zijn celstraf om de tbs-behandeling sneller te laten beginnen.

Geld

Bart Raaijmakers fietste op de avond van 18 juli met zijn broer en een vriend door Tilburg. De vier verdachten hielden hen staande en eisten geld. Er ontstond een vechtpartij, waarbij de broer en de vriend wisten te ontkomen. Raaijmakers werd uiteindelijk vier maal in zijn rug gestoken, met fataal gevolg. Volgens de officier van justitie was het voorval een "exces van zinloos geweld".

De voorzitter van de rechtbank, H. Alferink, sprak van een hechte, intensieve, planmatige en nauwe samenwerking waardoor de jongens R.A., G. de G. en C.R. als medeplegers kunnen worden beschouwd van de dood van Bart Raaijmakers. Volgens de rechtbank was B.G., de man die Bart de dodelijke messteken toebracht, zich bewust van de mogelijke gevolgen van zijn handelen en had hij de dood van het slachtoffer kunnen voorzien.

Verveling

De rechtbank nam het de vier zeer kwalijk dat ze uit verveling en geldgebrek hadden besloten om iemand te gaan beroven. Daarbij waren de verdachten onder invloed van alcohol en sofdrugs. "Bart Raaijmakers, zijn broer en vriend hebben geen enkele aanleiding gegeven voor deze gewelddadige overval.

Het was puur toeval dat juist zij door de vier verdachten als volstrekt willekeurige slachtoffers werden gekozen", aldus het vonnis. De beroving leverde overigens geen buit op, behalve de fiets van Bart.

Volgens de rechtbank kon B.G. het niet hebben dat Bart sterker was dan hij en het gevecht dreigde te verliezen. Hij zou vervolgens in een "opwelling het mes hebben gepakt en het slachtoffer vier maal diep in de rug hebben gestoken". Alferink sprak in dit geval van excessief geweld. De rechtbank begreep niet dat R.A. en G. de G. zich daarvan niet hebben gedistantieerd.