LONDEN - De negentien Chinese schelpenzoekers die in de nacht van donderdag op vrijdag verdronken nadat ze waren verrast door de plotseling opkomende vloed in de baai van Morecambe (Lancashire), zijn volgens de Britse politie vrijwel zeker slachtoffers van een criminele bende. Zij werden als slaven behandeld en verdienden slechts een hongerloontje.

De politieman die het onderzoek naar de tragische dood van de zeventien mannen en twee vrouwen leidt, hoofdinspecteur Mick Gradwell, vertelde aan de krant The Independent on Sunday dat de illegale immigranten voor een werkdag van negen uur in de ijskoude baai niet meer dan 1 pond (nog geen 1,5 euro) verdienden. Hij zei dat de politie verwachtte binnen enkele dagen de personen aan te houden voor wie de veelal jonge Chinezen werkten.

De politie is nog bezig met het horen van de zestien overlevenden. Daarbij zijn tolken nodig omdat geen van de schelpenzoekers Engels spreekt. Agenten hebben huiszoekingen gedaan in Liverpool in panden waar de kokkelzoekers waarschijnlijk onderdak hadden. De overlevenden moeten helpen bij de identificatie van de slachtoffers. Plaatselijke schelpenzoekers, die soms al generaties lang dit werk doen, beschouwen de illegale Chinezen als onwelkome concurrenten. In het dorp vlakbij waar het verdrinkingsdrama zich voltrok, vertelden inwoners dat de ploegbazen van de Chinezen plaatselijke kokkelzoekers met machetes hadden bedreigd. Zij hadden ook gezien dat de Chinese schelpenzoekers geen voorzieningen hadden als zwemvesten en een mobiele telefoon om in geval van nood alarm te kunnen slaan. Zij zouden niet op de hoogte zijn geweest van de gevaarlijke omstandigheden in de baai.