PORT-AU-PRINCE - Gonaïves, de vierde stad van Haïti, is in handen van een groep gewapende tegenstanders van president Jean-Bertrand Aristide. Die heeft vrijdag besloten politieversterking naar de stad te sturen om de orde te herstellen en de bevolking te beschermen.

De rebellen van het Revolutionaire Verzetsfront van Artibonite eisen het aftreden van Aristide. Vrijdag trokken ze zwaar bewapend op motoren en in auto's door de stad. Ze vielen bolwerken van aanhangers van de president aan en staken diverse huizen in brand.

Een dag eerder hadden ze het politiebureau van Gonaïves aangevallen. Daarbij kwamen vijf agenten en vier burgers om het leven. Ook twee opstandelingen overleefden de schietpartij niet. Diezelfde dag namen leden van het Verzetsfront de gevangenis in en bevrijdden ze de honderd gedetineerden.

De bezetting van de stad levert ook grote logistieke problemen op voor de regering. Vanuit Gonaïves wordt het hele noorden van Haïti, inclusief de tweede stad Cap-Haïtien, voorzien van brandstof. Daar is vrijdag een rantsoenering van elektriciteit ingesteld.

Machtsmisbruik

In tal van steden in het armste land van heel Amerika worden al geruime tijd betogingen gehouden tegen het bewind van Aristide, die vooral eind jaren tachtig nog heel populair was. In 2000 werd hij herkozen tot president. De oppositie beschuldigt hem van corruptie en machtsmisbruik. Bij rellen op 23 september vielen voor het eerst doden. Inmiddels heeft de opstand 53 levens gekost en zijn ruim honderd mensen gewond geraakt.

Secretaris-generaal Kofi Annan van de Verenigde Naties riep vrijdag alle Haïtianen op "hun geschillen vreedzaam en via grondwettelijke wegen op te lossen". Hij houdt de situatie op Haïti in de gaten en "is bijzonder verontrust door de toename van het geweld", zei Annans woordvoerder Fred Eckhard.