MAASTRICHT - Officier van justitie B. Janssen heeft woensdagvoor de rechtbank in Maastricht twaalf jaar cel en tbs metdwangverpleging geëist tegen de 27-jarige Bart S. uitHeerlen. De chemicus S. heeft bekend dat hij gif heeft gesmeerd opeen broodje pindakaas met hagelslag. Daarmee vermoordde hij 22 julivorig jaar zijn partner Judith Notermans.

De officier wil dat de dwangverpleging pas begint, als S.tweederde van zijn straf heeft uitgezeten. ''Hij moet eerst boetenvoor dit gruwelijke misdrijf.''

Pindakaas met hagelslag

Judith Notermans werd op haar werk in Sittard onwel. Ondankssnelle medische hulp overleed zij enkele uren later in eenziekenhuis. Voordat zij bewusteloos raakte, vertelde ze collega'sdat haar vriend het broodje pindakaas met hagelslag had gesmeerd.

De politie pakte S. vijf dagen na het overlijden van zijnvriendin op. De man ontkende aanvankelijk iets met de zaak te makente hebben. Na zes weken gaf hij de moord toe, omdat zijn gewetenopspeelde. Hij smeerde volgens eigen zeggen een mengsel van de zeergiftige stoffen natriumazide en theobromide op het broodje.

Seksueel dubbelleven

Tijdens de rechtszitting bleek dat S. een seksueel dubbellevenleidde. Via websites zou hij anoniem sekscontact zoeken. Hij konook niet omgaan met de sociale angst die de kinderwens van zijnpartner bij hem opriep. Uit psychologisch en psychiatrischonderzoek kwam naar voren dat hij lijdt aanontwikkelingsstoornissen en een lichte vorm van autisme. Diecombinatie leidt ertoe dat S. moeilijk communiceert en geen hulpvraagt als hij die nodig heeft.

Hij kwam door zijn dubbelleven onder zo'n sociale druk te staandat hij nog maar één uitweg zag: zijn partner vermoorden. Dat wasde gemakkelijkste weg, zei S. voor de rechtbank. ''Dan hoefde iktenminste nergens over te praten.'' Hij verklaarde dat hij een weekvoor de moord zichzelf wilde vergiftigen. ''Als chemicus wist ikprecies hoeveel gif ik tot me moest nemen om te overleven. Ik hebhet toch niet gedaan. Het kwam er gewoon niet van.''

Gifmoord

De officier sluit niet uit dat S. al eerder een gifmoord heeftgepleegd, al ontbreken daar nog de feiten voor. Hij baseert dat ophet verhaal van S. dat zijn toenmalige vriendin Ellen na een ruzieboos bij hem was weggegaan en verongelukte. ''Wellicht was het debedoeling dat Judith achter het stuur het broodje at, onwel zouworden en verongelukken. Dan was er nooit aan vergiftiginggedacht.'' S. verklaarde dat hij dit verhaal had verzonnen omindruk te maken op zijn partner.

Advocaat Corten reageerde boos op het vermoeden van de officieren noemde het insinuaties. Corten bepleitte dat S. sterk verminderdtoerekeningsvatbaar was op het moment dat hij gif op het broodjesmeerde.
De rechtbank doet 11 februari uitspraak.