'Syrië gaat lange winter tegemoet'

DAMASCUS - Op 17 december 2011 is het precies een jaar geleden dat de 26-jarige Tunesische straatverkoper Mohamed Bouazizi op tragische wijze de aanzet gaf tot de golf van protest door het Midden-Oosten. NU.nl blikt in een serie artikelen terug op een jaar Arabische Lente. Deel 2: Syrië.

Nadat Mohamed Bouazizi zich uit grote frustratie door corruptie, een slechte economische situatie en uitzichtloos toekomstperspectief op het centrale plein van het Tunesische provinciestadje Sidi Bouzid in brand stak, barstten in Tunesië de eerste betogingen los tegen het heersende regime.

Het zou de val inluiden van dictatoriaal leider Ben Ali. En van de protestgolf die tot op de dag van vandaag de Arabische wereld in de greep houden.

Sinds Syriërs op 19 maart 2011, geïnspireerd door Tunesië en de revolutie in Egypte, voor het eerst de straat op gingen om vreedzaam te protesteren tegen het regime, lijkt de situatie in het land enkel verslechterd te zijn. Tegengeluiden worden met keiharde hand onderdrukt en op sommige plekken is een conflict ontstaan met een zeer gewelddadig karakter.

Hoewel het normale leven in grote steden als Damascus en Aleppo schijnbaar onverstoord is doorgegaan, zijn steden als Homs het toneel geworden van een bloedige oorlog. Veiligheidstroepen rijden met tanks door de straten en schieten op betogers met scherp.

(c)NU.nl/Jelle Kamsma

Doden

Volgens de meest recente schatting van de Verenigde Naties (VN) zijn er inmiddels 3500 burgers omgekomen. Het aantal vreedzame demonstraties is aan het afnemen en het gewapend verzet neemt snel toe. Een feit dat ook onderstreept wordt door de meer dan duizend militaire doden waar de Syrische overheid melding van maakt.

De tegenstanders van het regime van Bashar al-Assad eisen meer politieke vrijheid en een einde aan de wijdverspreide corruptie in het land. Assad volgde in 2000 zijn vader op als president en handhaaft de noodwet die al sinds 1963 van kracht is en demonstraties tot op de dag van vandaag verbiedt.

Syrië is door het toenemende conflict tussen vóór en tegenstanders van het regime, zowel langs politieke als etnisch-religieuze lijnen een verdeeld land aan het worden. Dat er dingen moeten veranderen staat voor beide partijen vast.

Men verschilt echter van mening over de wijze waarop dit moet gebeuren - wel of niet onder leiding van het huidige regime -, een tegenstelling die door het escalerende geweld enkel scherper is geworden.

Syrie

Beelden van protesten tegen het regime en van slachtoffers bereiken de wereld alleen via foto's en video's van burgers. l Foto: AFP/YOUTUBE

Alternatieven

Maar wat zijn de alternatieven? Hoewel de Syrian National Council (SNC) zich in het buitenland aan het verenigen is als hét politieke alternatief voor de huidige regering, lijkt het draagvlak voor de SNC in Syrië zelf minder groot dan het lijkt. Daarnaast worden gewapende oppositie groepen, zoals de Free Syrian Army, door velen beschuldigd van het ondermijnen van het vreedzaam verzet en het onnodig uitlokken van overheidsgeweld.

In de tussentijd gaat de overheid door met het hardhandig onderdrukken van de oppositiebeweging. Wat de vraag doet rijzen: waarom grijpt het buitenland niet militair in zoals dat ook in Libië gebeurde?

Syrië ligt op een ongemakkelijke locatie in het Midden Oosten. Grenzend aan Israël, Libanon, Irak en Turks Koerdistan, ligt het ingeklemd tussen zo ongeveer alle conflictgebieden die het nieuws uit het Midden Oosten de laatste decennia hebben bepaald.

Voeg daarbij de etnisch zeer complexe samenstelling van het land en hechte vriendschappen met Iran en Hezbollah, en je hebt een combinatie waar militair gezien geen enkel land zijn vingers aan wil branden. Een standpunt dat recentelijk bevestigd werd door secretaris-generaal van de NAVO Anders Fogh Rasmussen.

damascus assad

Onder andere in hoofdstad Damascus vinden met enige regelmaat -al dan niet door het regime geïnitieerde- betoging vóór Assad plaats. l Foto: AFP - 20 november 2011

Medestanders

Hoewel de oppositie groeit en het gewapend verzet steeds gewelddadiger wordt, heeft het regime nog voldoende medestanders en vuurkracht om comfortabel in het zadel te blijven.

De toekomst van het land ligt daarmee nog altijd in de handen van de zittende regering in Damascus.

Door de internationale isolatie en de harde woorden van het Westen zijn bovendien de meeste achterdeuren gesloten voor president Assad, waardoor een vrijwillig aftreden met de dag onwaarschijnlijker wordt.

Hervatting van een politieke dialoog zou voor de regio het beste zijn - zeker gezien de schijnbare onmogelijkheid van een militaire interventie - maar helaas geloven weinigen daar nog in. Het zou weleens een lange winter kunnen worden in Damascus.

De naam van de co-auteur van dit artikel wordt uit veiligheidsoverwegingen niet genoemd.

Tip de redactie