DEN BOSCH - "Ik vraag het hof om een duidelijk vonnis. Een uitspraak waarmee ik iemand om de oren kan slaan, kan zeggen: kijk maar, het hof vindt het ook. Ik wil geen vaag vonnis. Ik vind dat ik na al die jaren recht heb op zo'n tekst." Dat zei de 49-jarige Ernest L. maandagavond tegen het gerechtshof in Den Bosch, aan het slot van het herzieningsproces waarvan de fiscaal-jurist uit Lelystad het middelpunt is.

L. heeft van meet af aan ontkend dat hij de 60-jarige weduwe J. Wittenberg in haar huis in Deventer heeft doodgestoken, in september 1999. En dat heeft hij tot de laatste snik volgehouden. Advocaat-generaal J. Brughuis vroeg het hof maandag L. weer gevangen te nemen. De man kwam afgelopen zomer op vrije voeten, nadat de Hoge Raad de herziening van de zaak had bevolen. Het hof neemt daar pas een beslissing over als het uitspraak doet over de zaak, op 9 februari.

Twijfel

Nadat de Hoge Raad vorig jaar had bevolen dat het strafproces rond de Deventer moordzaak opnieuw moest worden gedaan omdat er door nieuwe feiten twijfel was gerezen, trilde de onderlip van Ernest L., de veroordeelde. Zo kwam hij destijds op televisie, als slachtoffer van politie en justitie, ten onrechte veroordeeld tot twaalf jaar cel, wegens de brute moord op de weduwe J. Wittenberg (60). De vermogende vrouw werd op 25 september 1999 doodgestoken in haar woning aan de Zwolseweg in Deventer gevonden.

De Bossche advocaat-generaal J. Brughuis, vertegenwoordigster van het Openbaar Ministerie (OM) in het herzieningsproces, zag de beelden onlangs nog eens. "Dat was een ware acteerprestatie", zei zij maandag, kort voordat zij vijftien jaar cel tegen L. eiste. "Zijn koelbloedigheid grenst aan het ongelooflijke."

'Bijna perfecte moord'

De fiscaal-jurist werd door de rechtbank in Zwolle vrijgesproken en door het hof in Arnhem veroordeeld tot twaalf jaar cel. Daarna, aldus Brughuis, wist hij vrijwel iedereen te overtuigen van zijn onschuld. Hij verscheen volop in de media en kreeg velen op zijn hand. Ten onrechte, meent de aanklaagster. "Herziening lijkt synoniem aan vrijspraak. Maar dat is een misvatting. Het onderzoek ligt bij herziening weer open en dat kan een onverwacht licht werpen op de zaak." En dat is ook gebeurd, in de visie van Brughuis. "We kunnen niet meer om de schuld van L. heen." Zijn noemde de moord 'bijna perfect'.

Brughuis maakte de afgelopen maanden voor een deel korte metten met het onderzoek dat aan de basis lag voor de veroordeling van L. in Arnhem. Zo is het mes dat politie en justitie voor het moordwapen hebben gehouden volgens haar niet gebruikt bij het doodsteken van het slachtoffer. Het betreffende mes had nooit gebruikt mogen worden voor een voor L. ongunstig uitvallende geursorteerproef met een politehond. De vijf steekwonden waren 10 centimeter diep. Het onderzochte mes had een lemmet van 18,5 centimeter. Bovendien is er geen enkel bruikbaar spoor op gevonden.

Telefoongesprek

Het hof in Arnhem had eigenlijk maar één bewijsmiddel. Dat was een telefoongesprek van 16 seconden dat L. op de avond van de moord, 23 september 1999, met de weduwe voerde. L. zegt dat hij dat met zijn mobiele telefoon voerde terwijl hij met zijn auto op de A28 ter hoogte van 't Harde op de Veluwe reed, op weg naar huis.

Zijn telefoon werd evenwel aangestraald door een zendmast in Deventer. Tal van deskundigen hebben zich het hoofd gebroken over hoe dit kon. Het hof had L. er niet op mogen veroordelen, vindt Brughuis. In het nieuwe onderzoek is wat haar betreft pas echt vastgesteld dat L. liegt en dat hij tijdens het telefoontje in Deventer reed.

Bloedvlek

De advocaat-generaal en het hof in Den Bosch initieerden een hele reeks nieuwe onderzoeken. Met als gevolg dat verdachte L. in het nauw is gekomen. Vooral een uitdijend aantal sporen met zijn DNA op de blouse van het slachtoffer, inclusief een van hem afkomstige bloedvlek, lijkt de zaak tegen hem zeer sterk te maken. Deskundigen van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) menen dat die sporen het gevolg zijn van geweld.

Verklaringen hierover van L. haalde Brughuis maandag onderuit. Ook al omdat zij meende te kunnen weerleggen dat L. niet op de ochtend van 23 september bij de weduwe op bezoek is geweest, zoals hij zelf ter verdediging heeft aangevoerd. Het ultrakorte telefoontje dat L. op de avond van de 23e met het slachtoffer pleegde, was om zijn komst aan te kondigen.

Motief

Het motief van L. moet van financiële aard zijn geweest, aldus Brughuis. Zij droeg daarvoor andere argumenten aan dan het OM in eerdere fasen van de zaak deed. L. wist als executeur-testamentair van de weduwe weinig argwaan te wekken, maar volgens de aanklaagster is het evident dat hij uit is geweest op de miljoenen van zijn slachtoffer. Een slachtoffer overigens, aldus Brughuis, dat 'net opkrabbelde uit het dal waarin zij na de dood van haar echtgenoot was beland'.

'Bizar verhaal'

L. vond het requisitoir van Brughuis een 'bizar verhaal'. Hij sloeg in zijn laatste woord bitter terug. "Het requisitoir bevat zeer veel onjuistheden. Het is een verhaal waarvoor de advocaat-generaal zich zou moeten schamen. Zij moet zich daarvoor eigenlijk heel diep schamen."