DEN HAAG - Het proces tegen Slobodan Milosevic voor het Joegoslavië-Tribunaal is dinsdagochtend een nieuwe fase ingegaan. Voor het eerst neemt de ex-president van Joegoslavië een getuige een kruisverhoor af.

Waarnemers hebben naar dit moment met spanning uitgekeken. Van de getuigen zullen velen slachtoffer van het Milosevic-bewind zijn. Doordat Milosevic geen advocaat heeft genomen, mag hij zelf het kruisverhoor afnemen. Kruisverhoren in het sterk Angelsaksisch getinte rechtssysteem van het tribunaal kunnen soms heel scherp zijn.

De eerste getuige in het historische proces tegen Milosevic, de eerste rechtszaak tegen een oud-staatshoofd voor een VN-hof, is Mahmut Bakkali. Hij onderhandelde als vertegenwoordiger van de Kosovo-Albanezen met Milosevic over de rechten van zijn bevolkingsgroep, die in Servië een minderheid, maar in de Servische provincie Kosovo een meerderheid vormt.

Lachers

Tijdens de eerste minuten van het steekspel van vragen en antwoorden kreeg Bakkali de lachers op zijn hand, toen Milosevic hem vroeg een definitie van apartheid te geven. Milosevic had bij een eerdere vraag streng gezegd dat Bakkali met ja of nee moest antwoorden. Bakkali stelde de retorische vraag of hij, als hoogleraar sociologie, ook de vraag naar de definitie van apartheid met ja of nee moest beantwoorden.

De etnisch Albanezen in Kosovo zetten in de jaren '90 een soort parallelle maatschappij op, met eigen clandestiene scholen en eigen clandestiene ziekenhuizen, nadat Milosevic, toen nog president van Servië, eind jaren tachtig de provincie Kosovo haar autonomie had afgepakt.

'Hoe erg?'

In het kruisverhoor gaat het vooral om de vraag 'hoe erg' de Albanezen in Kosovo onder Milosevic werden gediscrimineerd en of dit kan worden vergeleken met de apartheid, het brute racistische regime dat Zuid-Afrika decennialang in zijn greep hield, tot er met de vrijlating van Nelson Mandela langzamerhand een eind aan kwam.

Milosevic probeerde Bakkali in de hoek te drijven wegens diens vermeende gebrekkige kennis over de vraag inhoeverre minderheden als Albanezen en Hongaren in Servische scholen hun eigen taal mochten gebruiken. Volgens Milosevic waren lesprogramma's op scholen in Servië overal hetzelfde.

'Bekentenis'

Ook wist hij Bakkali de 'bekentenis' te ontfutselen dat etnisch Albanese kinderen misschien wel degelijk de Albanese taal mochten spreken tijdens lessen op een Servische school. "Maar u benoemde de directeuren, en daarom wilden de Albanezen hun kinderen niet naar uw school sturen", beet Bakkali Milosevic toe.

Bakkali hamerde erop dat volgens het vroegere autonomiestatuut de Kosvo-Albanezen zelf het recht hadden de lesprogramma's van hun scholen te bepalen.

/DOSSIERMilosevic