DEN HAAG - In het proces tegen de voormalige Joegoslavische president Slobodan Milosevic heeft maandagmiddag de eerste getuige van de aanklagers zijn opwachting gemaakt.

Mahmut Bakkali was lid van het Kosovaarse parlement en beschreef ten overstaan van de rechters onder andere hoe hij in de jaren tachtig van de vorige eeuw leed onder politieke vervolging. In het voorjaar van 1998, kort voor het conflict in de opstandige Servische provincie Kosovo uitbrak, ontmoette hij de verdachte tot twee keer toe en sprak met hem.

Twee uur

Tijdens zijn eerste ontmoeting met Milosevic maakte Bakkali naar eigen zeggen gewag van de moord door de politie op een familie in Kosovo onder wie vrouwen en kinderen. Als reactie daarop verklaarde Milosevic: "we vechten tegen terroristen. We hebben ze twee uur gegeven uit hun woning te komen", zo citeerde Bakkali de verdachte.

"Hij reageerde zonder enige emotie of schuld te tonen."Tijdens zijn ontmoeting sprak Bakkali naar eigen zeggen met Milosevic ook over een vriend die al jaren vast werd gehouden in een cel in Kosovo vanwege zijn politieke overtuiging.

Enkele maanden later werd de man door de autoriteiten op een zondag vrijgelaten om vervolgens te worden vermoord en spoorloos te verdwijnen, aldus de Kosovaar maandag.

Apartheid

Bakkali beschreef aan het begin van zijn getuigenis de verslechterende relatie tussen Kosovo en Servië. Met de grondwetswijziging van 1981 werd een systeem in Kosovo opgezet vergelijkbaar met apartheid, aldus de getuige. Niet alleen op het gebied van onderwijs en economie was er volgens hem sprake van een tweedeling maar ook op het vlak van gezondheidszorg en cultuur.

/DOSSIERMilosevic