RIJSWIJK - Het eerste onderzoek van de Koninklijke Marechaussee naar marinier Erik O. rechtvaardigde geen grond voor de zware verdenking moord, doodslag of dood door schuld. De marechaussee had daarvoor geen concrete verklaringen of andere bewijzen, stellen verscheidene bronnen binnen deze organisatie. Justitiebronnen ondersteunen deze conclusie.

De diverse bronnen vinden het onbegrijpelijk dat het Openbaar Ministerie op grond van de eerste bevindingen van de marechaussee al direct zware conclusies heeft getrokken. De advocaat van O., G.J. Knoops, wil op dit moment alleen zeggen dat zover hij weet er geen getuigenverklaringen bestaan, die melden dat zijn cliënt iemand in de rug heeft geschoten.

Verklaring

"Dat was ook de belangrijkste reden voor de rechter-commissaris om hem niet in bewaring te houden." Hij gaf eerder wel aan dat er ontlastende verklaringen zijn van zowel mariniers als Irakezen. Justitie bevestigde vrijdag 2 januari dat zij de sergeant-majoor van moord, doodslag of dood door schuld verdenkt.

Schietincident

De marechaussee had volgens ingewijden tot voor kort echter geen mensen in Irak die in staat zijn een ingewikkeld onderzoek naar een dergelijk schietincident goed uit te voeren. "Met dit soort missies gaat het zo dat iedereen van de marechaussee een keer moet gaan", stelt een van de marechausseebronnen. "Er zaten niet of nauwelijks rechercheurs daar. De mensen die dit incident hebben moeten onderzoeken, hebben daar hooguit een paar lesjes voor gehad."

Voorzitter Han Busker van de marechausseevereniging Marver zegt niet op de zaak van de marinier te kunnen ingaan, omdat hij de zaak inhoudelijk niet kent. "Wel kan ik zeggen dat er niet altijd naar de beste competentie wordt geselecteerd voor een missie. Dat komt omdat er slechts een hele kleine club (technische) recherche beschikbaar is", vertelt hij.

OM

Het Openbaar Ministerie in Arnhem blijft er bij dat de marinier ten onrechte van een afstand van 103 meter iemand heeft neergeschoten. "Onbegrijpelijk", stellen de ingewijden die vinden dat de marinier ten onrechte wordt beschadigd. "De dag van het incident was er helemaal geen lijk, zo blijkt uit het onderzoek. De dag erna waren er opeens twee. Er is geen ballistisch onderzoek (onderzoek naar de kogels) gedaan en er zijn geen getuigen die melden dat de schoten van de marinier een Irakees in de rug heeft geraakt."

Ook heeft zich tot nog toe geen Iraakse familie gemeld die zegt dat de Nederlandse mariniers verantwoordelijk zijn voor het doodschieten van een familielid. Wel is er contact geweest tussen de staf van de Nederlands commandant in Irak en het hoofd van de stam waartoe het slachtoffer behoorde, zei bataljonscommandant R. Oppelaar onlangs.

Slachtoffers

Bronnen binnen defensie bevestigen dat er in de eerste meldingen van het stamhoofd sprake was van twee Iraakse slachtoffers. Pas later werd dat teruggebracht tot één dode.

Getuigen hebben na het schietincident gesproken over een Irakees die na de waarschuwingsschoten met verwondingen aan borst en been werd weggedragen. De man die 's avonds bleek te zijn overleden, was echter in zijn rug geschoten, blijkt uit een doktersverklaring. Deze onderzoeksresultaten lijken niet in overeenstemming met de visie van het OM in Arnhem dat de sergeant-majoor de Irakees mogelijk opzettelijk van 103 meter afstand in de rug heeft geschoten.

Quick Reaction Force

De beschuldigde 43-jarige marinier Erik O. is lid van de Quick Reaction Force van het Nederlands mariniersbataljon, dat deel uitmaakt van de stabilisatiemacht SFIR in Irak. De Nederlanders gingen op de bewuste dag, 27 december, af op een melding van plundering van een container die van een vrachtwagen was afgevallen. Dat gebeurde op de doorgaande route tussen de plaatsen Al Khidr en As Samawah.

Bij het verjagen van de plunderaars hebben de mariniers waarschuwingsschoten gelost. De Irakees is daarbij volgens het OM dodelijk te zijn getroffen.

Inmiddels heeft het OM besloten nieuwe mensen van de marechaussee naar Irak te sturen om het schietincident te onderzoeken. Het gaat vooral om rechercheurs die eerder ontbraken, stellen de bronnen.

Justitie vindt dat de marechaussee tot nu toe, gegeven de omstandigheden, goed onderzoek heeft verricht. "In elk groot onderzoek worden getuigen gehoord en wordt technisch onderzoek verricht", laat het parket in Arnhem weten. "Dit levert aanwijzingen op voor nader onderzoek. Het team van de marechaussee dat naar Irak afreist, zal dit nadere onderzoek verrichten."

In elk geval is duidelijk dat de marinier de geweldsinstructie heeft overtreden, stelt het OM. Justitie meent dat de sergeant-majoor volgens deze instructie niet had mogen schieten, omdat de plunderaars het hadden voorzien op goederen die niet van strategisch belang waren. Ook liepen de mariniers geen gevaar en waren de plunderaars ongewapend. Onduidelijk is of de mariniers wisten dat er geen strategische goederen in de container zaten.