DEN HAAG - Nederland stelt 1 miljoen euro beschikbaar voor de voorbereiding van een ondersteuningsmissie van de Verenigde Naties in Libië.

Dat heeft minister Uri Rosenthal van Buitenlandse Zaken woensdag aan de Tweede Kamer geschreven.

Nederland is verder niet gevraagd om specifieke deskundigheid te leveren, bijvoorbeeld voor de opbouw van een politiemacht.

De zogeheten Unsmil-missie helpt de nieuwe machthebbers de komende 3 maanden bij het herstel van onder meer de openbare veiligheid en rechtsorde, het streven naar een nieuwe grondwet en verkiezingen en de bescherming van mensenrechten. De Britse diplomaat en mensenrechtenactivist Ian Martin leidt de missie, die uit ongeveer 200 mensen bestaat.

Nederland geeft ook 1 miljoen euro aan de organisatie Handicap International, die in Libië landmijnen en niet-ontplofte oorlogsmunitie gaat ruimen. Volgens minister Hans Hillen van Defensie bestaan er geen plannen om Nederlandse militairen naar het land te sturen om bij dit werk te helpen.

NAVO-missie

Eerder op de dag werd duidelijk dat een ruime meerderheid van de Tweede Kamer voor het kabinetsbesluit is om de Nederlandse bijdrage aan de NAVO-missie in Libië met opnieuw drie maanden te verlengen.
Zes F-16-gevechtsvliegtuigen, een mijnenjager en stafpersoneel doen er al sinds eind maart aan mee.

Ook zijn er Nederlanders actief in AWACS-radarvliegtuigen.

Sirte

Strijders van de verdreven Libische dictator Muammar Kaddafi leveren woensdag een strijd op leven en dood in hun laatste bolwerken, de steden Sirte en Bani Walid. Bij recente zware gevechten kwamen 16 militairen van de Nationale Overgangsraad (NTC), de nieuwe machthebbers in Libië, om het leven. Dat meldde de NTC woensdag vanuit het hoofdkwartier in de hoofdstad Tripoli.

Het is onduidelijk hoeveel strijders van Kaddafi sneuvelden tijdens de voortdurende gevechten in de twee steden.

Alles over de onrust in het Midden-Oosten