DEN HAAG - De integratie van veel allochtonen in Nederland is geheel of gedeeltelijk geslaagd maar dat komt niet door het integratiebeleid van de overheid. Het is een prestatie van formaat van de allochtonen zelf en autochtone Nederlanders.

Dat constateert de Tijdelijke Commissie Onderzoek Integratie van de Tweede Kamer, die het integratiebeleid van de afgelopen dertig jaar onderzocht. Maandag presenteerde de commissie onder leiding van VVD-Tweede-Kamerlid Blok het 2500 pagina's tellende rapport Bruggen Bouwen.

De commissie concludeert niet dat de integratie op zich is mislukt, maar uit het rapport doemt het beeld op dat dat eerder 'ondanks' in plaats van 'dankzij' het beleid van vele achtereenvolgende kabinetten is geweest.

Adviezen

Met veel door regeringen zelf gevraagde adviezen is nooit wat gedaan, het beleid liep achter de feiten aan en doelstellingen werden niet gehaald. Zo hebben kabinetten en de Tweede Kamer jarenlang het belang van inburgering onderschat en de noodzaak om de Nederlandse taal te leren miskend. Naast de taal moeten normen en waarden en ongeschreven regels van de Nederlandse samenleving veel intensiever worden overgebracht aan allochtonen.

Verleden

Het huidige kabinet heeft nog weinig geleerd van het verleden. Zo legde het eind 2002 vrijwel alle aanbevelingen over effectieve inburgering van de Taskforce Inburgering naast zich neer. De commissie-Blok bepleit een doortastender en beter gecoördineerd integratiebeleid. Dat mag niet meer vrijblijvend zijn: voor de overheid niet, maar ook niet voor de migranten. Van hen mag worden geëist dat ze integreren in de samenleving.

Een van de weinige echt concrete adviezen van de commissie is dat gemeenten en scholen niet-vrijblijvende afspraken moeten maken om leerlingen beter te spreiden, zodat de vorming van zwarte scholen wordt tegengegaan.

Allochtonen

De commissie wijst erop dat 'zwart' iets zegt over het percentage allochtonen op een school en niet over het niveau. Dat is afhankelijk van het opleidingsniveau van de ouders en de taalbeheersing, die beide in de praktijk achterblijven.

Zwarte scholen ontstaan door concentratie van allochtonen in bepaalde wijken en keuzepatronen van ouders, die kiezen voor scholen met veel leerlingen van dezelfde afkomst. Artikel 23 van de Grondwet, die de vrijheid van het stichten van scholen regelt, belemmert de keuzemogelijkheden, maar de commissie stelt het artikel in de aanbevelingen niet ter discussie.

Ook wil de commissie de concentratie van allochtonen in de wijken van grote steden doorbreken. Randgemeenten en regio's zouden veel meer mensen met een laag inkomen moeten huisvesten door meer betaalbare huur- en koopwoningen te bouwen.