HAARLEM - De veteranenziekte wordt in Nederland sinds 1999 opmerkelijk vaker ontdekt. Dat komt door de toegenomen aandacht van artsen voor de dodelijke legionellabacterie, die longontsteking veroorzaakt, en doordat een gevoeliger (urine)test wordt gebruikt. De ziekte is waarschijnlijk jarenlang fors onderschat in Nederland.

Besmettingshaarden worden bij ruim eenderde opgespoord. Het gemiddelde aantal ziektegevallen verviervoudigde vanaf 1999 van 42 naar 171 in 2000. Dat is 1,08 ziektegeval per 100.000 inwoners.

Het gaat dan om ziektegevallen die worden gemeld, inclusief vermoedelijke gevallen. Sinds 1987 bestaat de plicht voor artsen de ziekte te melden bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Overigens zijn de patiënten van de uitbraak in Bovenkarspel in februari 1999 in deze analyse buiten beschouwing gelaten.

Gemiddelde

Met deze ontwikkeling kwam Nederland in een klap boven het gemiddelde aantal ziektegevallen in Europa van 0,54 per 100.000 inwoners. Dat schrijven onderzoekers van de GGD Kennemerland zaterdag in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde.

Daarin geven zij een overzicht van het aantal gevallen van gemelde longontstekingen door de legionellabacterie tussen 1987 en 2000. Concreet zijn in die periode 806 personen gemeld, van wie bij 36 de diagnose onvoldoende was onderbouwd. Van de 770 overgebleven patiënten hadden er 509 'bewezen' de legionellabesmetting gehad en 'vermoedelijk'. Mannen krijgen de ziekte vaker dan vrouwen. In totaal overleden 96 patiënten (12,5 procent), iets meer mannen dan vrouwen. De gemiddelde leeftijd was 59,4 jaar.

Buitenland

Van de besmetting werd 7 procent opgelopen in het ziekenhuis, de rest elders. Bijna zes op de tien loopt de bacterie in het buitenland op, waarvan driekwart binnen de Europese Unie, het vaakst in Spanje en Frankrijk. De ziekte duikt het meest op tussen juni en oktober. Dat zou kunnen komen omdat de meeste mensen dan op vakantie in het buitenland zijn geweest.

Maar het kan ook zijn dat mensen juist thuis besmet raken doordat hun eigen waterleidingen tijdens de vakantie enige tijd niet zijn gebruikt. In Nederland komt de ziekte het meest voor in Limburg, zeven keer zoveel als in Drente waar de ziekte het minst opduikt.

De onderzoekers vinden het gunstig dat de sterfte aan de veteranenziekte lijkt terug te lopen, onder meer door de gevoelige en snelle test en een verbeterd antibioticum. Zorgelijk vinden ze het dat een relatief laag percentage van de besmettingsbronnen wordt opgespoord. Daardoor wordt preventie moeilijker.