UTRECHT - De rechtbank in Utrecht heeft de Hilversumse notaris M. le C. veroordeeld tot drie maanden voorwaardelijke gevangenisstraf. Deze sanctie staat in schril contrast met de twee jaar cel die het Openbaar Ministerie (OM) tegen hem had geëist. Ook mag Le C. van de rechtbank zijn ambt blijven uitoefenen. Justitie wilde dat hij uit zijn ambt zou worden ontzet.

Het OM had hoog ingezet, omdat het de notaris verdacht van valsheid in geschrifte, het beïnvloeden van getuigen, het meewerken aan schijntransacties en omvangrijke belastingfraude. Volgens de aanklager werd de fiscus voor tientallen miljoenen euro's opgelicht.

De rechters vinden dat officier van justitie R. Terpstra acht van de tien aanklachten echter niet voldoende heeft kunnen bewijzen. In het vonnis stelt de rechtbank dat het OM terecht vragen bij de transacties heeft gesteld. Maar justitie is er in de ogen van de rechtbank niet in geslaagd aan te tonen dat Le C. daadwerkelijk kennis had van de verkeerde bedoelingen van die transacties.

Valse aktes

Le C. had volgens aanklager Terpstra in de jaren 1992-1995 valse aktes voor de vastgoedhandelaar R.M. opgesteld. M. leidde begin jaren negentig het vastgoedbedrijf R&R Companies. In een hevig gevecht met het aan het beurs genoteerde fonds VHS delfde R&R Companies het onderspit en werd ze failliet verklaard. Daardoor werden banken, die hypothecaire leningen hadden verstrekt, voor grote bedragen gedupeerd.

Volgens M. woonde hij in de gewraakte periode in Zuid-Afrika en daarom zou hij geen belasting hoeven te betalen. De FIOD bestrijdt dat. De Zuid-Afrikaanse autoriteiten bevestigden op vragen van de belastingdienst dat zij M. niet als een ingezetene van dat land beschouwen. Na dit antwoord begon het strafrechtelijk onderzoek tegen de vastgoedhandelaar.

Anonieme tip

Het balletje kwam aan het rollen door een anonieme tip die de FIOD in januari 1992 kreeg. Deze bron verklaarde dat M. niet in Zuid-Afrika, maar in Blaricum woonde.

De strafzaak tegen M. wordt in april voor de rechtbank in Utrecht behandeld. Twee uitvoerders van de gewraakte transacties zijn ieder al veroordeeld tot drie maanden voorwaardelijke gevangenisstraf en 200 uur dienstverlening.