RIJSWIJK - Het Openbaar Ministerie (OM) weet wie er achter de voorgenomen moordaanslag op de Amsterdamse aanklager K. Plooy zit. Het zou gaan om de beruchte crimineel J.J. uit het voormalige Joegoslavie. Justitie is hier zo goed als zeker van. Dat hebben betrouwbare bronnen bevestigd.

Het landelijk parket, dat onder meer onderzoek doet naar zware criminaliteit, aan de ene kant en het college van procereurs-generaal aan de andere kant, bestaat verschil van mening of en hoe J. hier ook voor vervolgd kan worden.

Het college moet immers toestemming geven voor een deal met een crimineel. J. zit momenteel vast in de extra beveiligde gevangenis in Vught, waar hij een eerder opgelegde straf uitzit.

Deal

Het landelijk parket dat het onderzoek leidt, wil een deal met een crimineel maken. Deze getuige is bereid te verklaren dat J. achter de in de kiem gesmoorde aanslag zat en ook verantwoordelijk is voor een aantal liquidaties in Amsterdam. In ruil daarvoor wil deze crimineel zelf niet vervolgd worden voor strafbare feiten.

Het college van procureurs-generaal, de leiding van het OM, vindt dat deze methode niet door de beugel kan. Daarom lijkt het bijna onmogelijk te worden om strafrechtelijk te bewijzen dat J. achter de voorgenomen aanslag op Plooy zit en verantwoordelijk was voor verschillende liquidaties.

Tegenwerking

Volgens het landelijk parket is de deal met de crimineel wel mogelijk en wordt de vervolging van J. ten onrechte tegengehouden. Het OM in Amsterdam gaf eerder aan het vermoeden te hebben dat J. ook onder meer achter de liquidaties op de Amsterdamse topcriminelen Sam Klepper en Jan Femer zit.

Op dit moment wordt binnen het landelijk parket gekeken naar alternatieven om te kijken of de verdenkingen tegen J. kunnen worden hardgemaakt. Dit onderzoek is bijna klaar.

Rechtsstaat

Woordvoerder W. de Bruin van het landelijk parket wil hier niet op ingaan. Volgens hem is er over het algemeen vanzelfsprekend discussie bij de opsporingsdiensten over in te zetten opsporingsmethoden. Maar ongeacht de ernst van de dreiging tegen iemand kunnen de grenzen van de rechtsstaat niet worden overschreden.

J. is inmiddels met verschillende zware en soms voor Nederland ongewone misdrijven in verband gebracht. Zo vermoedde justitie dat er in juni vorig jaar een gewelddadige bevrijdingsactie voor hem op touw was gezet. Die zou mogelijk worden uitgevoerd toen J. op 11 juni voor een uitleveringszaak aan Duitsland voor de rechtbank moest verschijnen.

Extreme veiligheidsmaatregelen

Justitie nam daarom toen bij de rechtbank in Rotterdam extreme veiligheidsmaatregelen. De man werd per helikopter aan- en afgevoerd om de zitting bij te wonen. Een speciale eenheid van de politie hield de omgeving van de al extra beveiligde rechtbank in Rotterdam in de gaten.

Op het dak van het gerechtsgebouw lagen scherpschutters. Bij het in- en uitstappen van de helikopter omringden zwaar bewapende elite-eenheden hem. De zitting had aanvankelijk in Amsterdam moeten plaatsvinden, maar werd op het allerlaatste moment naar Rotterdam verplaatst vanwege de op handen zijnde ontsnappingspoging.

Schieten op agent

J. zit in Nederland een straf uit wegens het schieten op een politieman in Amsterdam. Daarvoor werd hij in 1993 bij verstek veroordeeld tot drie jaar cel. Zijn gevangenisstraf duurt nog tot half maart. Duitsland heeft Nederland gevraagd J. uit te leveren, omdat hij daar wordt verdacht betrokken te zijn geweest bij drugssmokkel begin jaren negentig.

De Bulgaarse autoriteiten arresteerden J. in 2002 op verzoek van Nederland. Hij kwam in de zomer van dat jaar naar Nederland. Ook autoriteiten in andere Europese landen verdenken de man van betrokkenheid bij liquidaties in het criminele milieu.