BAM - Kinderen uit de verwoeste Iraanse stad Bam zijn maandag weer naar school gegaan. Met hulp van het VN-kinderfonds Unicef hebben de Iraanse autoriteiten verspreid tussen de puinhopen van de stad tenten en scholen uit systeembouw opgezet, waar de leraren en scholieren die de aardbeving hebben overleefd, terechtkunnen.

Naar schatting 9000 scholieren en 2000 leerkrachten zijn door de aardbeving op tweede kerstdag om het leven gekomen. Zeker 30.000 mensen zijn gestorven.

De inschrijving van de scholieren is voor de inwoners van Bam een pijnlijke confrontatie met de gevolgen van de aardbeving. "Ik heb net ontdekt dat twee klasgenoten er niet meer zijn", zei de -jarige Shima Delijani in de zeecontainer waar het inschrijvingsregister ligt. Het meisje heeft haar grootvader, grootmoeder en tante door de beving verloren. "Ik voel me afschuwelijk, maar ik ben blij dat de scholen weer open gaan."

De overlevende van de aardbeving, zeker 50.000 mensen, verblijven nu nog in tenten in de buurt van hun verwoeste huizen. De Iraanse regering wil ze verplaatsen naar grote tentenkampen buiten de stad, zodat de resterende slachtoffers kunnen worden geborgen en het puin kan worden geruimd.

Naar schatting 15.000 families krijgen onderdak in vijf kampen. Zij hebben voedselbonnen gekregen. De wederopbouw van de stad kost naar schatting 400 miljoen euro. Iran hoopt dat buitenlandse sponsors de helft van dat bedrag voor hun rekening nemen.