DEN HAAG - Door het systeem van (illegale) verdelings- en prijsafspraken ontstond een "marktverantwoorde prijs". Dat zei voormalig commercieel directeur J. Jonkman van Unica Installatietechniek uit Zwolle maandag tegenover de enquêtecommissie. "Het vooroverleg was erop gericht voor werkverdeling, continuïteit van de bedrijven en voorkoming van prijsdumping".

"We hebben als installatiebranche nooit gedaan aan persoonlijke of zakelijke verrijking", aldus Jonkman, die spreekt van een gestructureerd en transparant systeem. Volgens hem was het tot 1996 onduidelijk of het verbod van de Europese Commissie op prijsafspraken uit 1992 stand zou houden. "Aan die mistige periode hebben wij legitimiteit ontleend."

Rekenvergoeding

De installatiebedrijven bepaalden tijdens een voorvergadering, een 'koffierondje', wie het werk zou mogen uitvoeren en wat de prijs zou worden. Daarvoor werd soms de laagst berekende prijs uitgekozen, maar soms ook een hogere. Soms berekenden enkele van de bedrijven een prijs en betaalden andere installateurs een rekenvergoeding.

Jonkman benadrukte dat er slechts bij "0 procent tot 10 procent" van de aanbestedingen prijsafspraken worden gemaakt. Het gaat daarbij grotendeels om openbare aanbestedingen van de overheid. Volgens de oud-directeur, die bijna veertig jaar bij Unica heeft gewerkt, was het bijna onmogelijk om uit het systeem te stappen.

November 1998 concludeerde de Nederlandse Mededingsautoriteit (NMa) dat de aanbestedingsregeling van de installatiebranche in strijd was met het kartelverbod. De branche heeft zich daar niets van aangetrokken, herinnert Jonkman zich. Installatiebedrijven bouwen onder andere verwarmings- en koelinstallaties, airconditioning en electrasystemen.