DEN HAAG - De koopkracht van alle huishoudens komt volgend jaar onder druk door de voornemens van het kabinet. Vooral als rekening wordt gehouden met de afschaffing van het spaarloon, gaat vrijwel iedereen erop achteruit. Blijft deze maatregel, die burgers niet direct in de portemonnee voelen, buiten beschouwing, dan zijn de gevolgen wat minder dramatisch.

Dat blijkt volgens een goed ingevoerde bron in politiek Den Haag uit berekeningen van de koopkrachteffecten van de kabinetsplannen. De voltallige ministerraad ging woensdag akkoord met voorstellen die de afgelopen dagen door een kleiner clubje bewindslieden waren uitgewerkt.

Die behelzen onder meer een bezuiniging van 1,8 miljard euro in , bovenop de maatregelen die al in het regeerakkoord waren aangekondigd voor volgend jaar, zoals de afschaffing van het spaarloon.

Het kabinet wil volgend jaar ook 500 miljoen euro beschikbaar stellen voor een verlaging van de WW-premies, maar dat gebeurt alleen als de sociale partners zich bereid tonen tot loonmatiging. Als de premieverlaging doorgaat, zou dat een positief effect op de koopkracht hebben van maximaal een half procent.