BRUSSEL - Nog ongeveer tachtig burgers uit de Europese Unie willen uit Libië worden geëvacueerd. Dat maakte een woordvoerder van de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de unie, maandag in Brussel bekend.

Een week geleden waren nog zo'n 650 EU-burgers in Libië. In totaal zijn de afgelopen weken bijna achtduizend Europeanen vertrokken.

De resterende tachtig worden naar verwachting ''de komende uren of dagen'' geëvacueerd, aldus de zegsman.

De Verenigde Naties hebben de wereldgemeenschap maandag om 160 miljoen dollar (114 miljoen euro) gevraagd voor de slachtoffers van het geweld in Libië. Het geld is bestemd voor mensen die het Noord-Afrikaanse land zijn ontvlucht of er nog steeds zitten.

De ondersecretaris-generaal voor humanitaire zaken van de Verenigde Naties, Valerie Amos, zei dat het in totaal om een miljoen mensen gaat: 400.000 buiten en 600.000 binnen Libië. Er is op dit moment een gebrek aan onderdak, voedsel, water en sanitair.

Opstand

Sinds de volksopstand tegen het bewind van de Libische leider Muammar Kaddafi losbarstte, zijn vooral buitenlandse werkers uit Tunesië en Egypte het land ontvlucht. Hulporganisaties zijn ook steeds bezorgder over de situatie van mensen die vastzitten in Libië, waar voor- en tegenstanders van Kaddafi keiharde strijd leveren.

Amos zei dat haar eerste prioriteit Misurata is, een stad in het noordwesten van Libië die in handen van de rebellen is.

De stad met 300.000 inwoners zou dit weekeinde zijn aangevallen door troepen loyaal aan Kaddafi. Bij de gevechten zijn tanks en raketten.

Een Libische arts meldde maandag dat 21 mensen, onder wie een kind, zijn omgekomen bij de gevechten in Misurata. Er zouden tientallen gewonden zijn gevallen.