DEN HAAG - Slobodan Milosevic eist in een kort geding voor de rechtbank in Den Haag zijn recht op juridische bijstand op. De Joegoslavische ex-president wil voluit met zijn advocaten kunnen spreken en documenten uitwisselen in voorbereiding op de procedure die hij bij het Europese Hof voor de rechten van de mens in Straatsburg heeft aangespannen.

De eis van de ex-president van Joegoslavië is gericht tegen het Joegoslavië-Tribunaal en de Nederlandse Staat. De zaak dient op 12 februari.

De Nederlandse advocaat van Milosevic, N. Steijnen, stelde premier Kok in november nog namens zijn cliënt een ultimatum van tien dagen. Binnen die periode moest de Nederlandse regering volgens de raadsman een 'werkbare oplossing vinden', zodat zijn client zich snel kan verzetten tegen zijn arrestatie in opdracht van het Joegoslavie-Tribunaal.

Milosevic bereidt via zijn team van advocaten daartoe een procedure voor bij het hof in Straatsburg. Maar het tribunaal staat Milosevic volgens Steijnen nauwelijks toe om met zijn advocaten aan de voorbereidingen te werken.

Vrijlating

Eerder eiste Milosevic in een kort geding bij de rechtbank in Den Haag dat de Nederlandse overheid zou zorgen voor zijn vrijlating. Het Joegoslavie-Tribunaal heeft in zijn visie geen rechtsgrond om hem in hechtenis te nemen en te houden.

De rechtbankpresident wees die eis echter af. Milosevic is tegen die uitspraak in beroep gegaan, maar het duurt nog even voor dit in hoger beroep wordt behandeld.

Steijnen klaagde eerder in de brief aan Kok over de tegenwerking die hij van het tribunaal krijgt tijdens zijn bezoeken aan Milosevic in de gevangenis in Scheveningen. "De autoriteiten van het tribunaal stellen dat mijn toegang tot Milosevic niet als een recht maar als een gunst moet worden gezien. Ze verboden me om papieren en documenten uit te wisselen."

Ook deze beperkingen zijn in Steijnens ogen een schending van de rechten van de mens, die op Nederlands grondgebied plaatsvindt. Nederland staat die toe en is er ook verantwoordelijk voor. Kok antwoordde dat dit wat hem betreft toch alleen een zaak is tussen het tribunaal en Milosevic.