TIKRIT - Amerikaanse militairen in Irak hebben zondag aanvallers gedood en zeker achttien mensen verwond die militaire konvooien belaagden in Samarra, in het midden van Irak. Dat heeft een legerwoordvoerder gemeld. De aanvallers verwondden vijf Amerikaanse militairen en een burger.

De troepen sloegen diverse aanvallen af op twee afzonderlijke logistieke konvooien, zei zegsman luitenant-kolonel MacDonald. Sommige aanvallers droegen uniformen van de Fedayeen Saddam, de militie van fanatieke aanhangers van de verdreven president. De Amerikanen hebben acht mannen gearresteerd.

Bij de gevechten kwamen volgens Irakezen ook onschuldige burgers om. Werknemers van een farmaceutische fabriek verklaarden dat twee van hun collega's waren gedood en een aantal verwond toen zij na hun werk de fabriekspoort uitliepen. Juist op dat moment vuurde een Amerikaanse tank.

Soennitische driehoek

De opstandelingen maakten gebruik van mortieren, granaten en machinegeweren. De Amerikanen beantwoordden het vuur onder meer met tankgeschut. Zeker drie gebouwen werden vernietigd. Samarra ligt in de zogeheten soennitische driehoek waar veel aanhangers van het verdreven regime wonen.

"Iedereen die onze konvooien aanvalt, zullen daarvoor een hoge prijs betalen", zei MacDonald. De Amerikanen werden aangevallen toen zij de stad binnenreden. Eén aanval had plaats in het oosten van de stad en de andere in het westen, aldus de woordvoerder.

De voertuigen werden bestookt vanaf daken en uit steegjes. Bommen ontploften langs de weg. Bij een hinderlaag hadden de opstandelingen een barricade opgeworpen. De aanvallen gebeurden bijna tegelijkertijd en leken te zijn gecoördineerd, aldus de Britse omroep BBC.

Ongeveer een uur na de eerste twee hinderlagen vielen vier mannen in een auto met automatische geweren opnieuw een konvooi van de Amerikanen in de stad aan. Alle vier opstandelingen raakten gewond bij de actie en zijn gearresteerd. Van de Amerikanen werd niemand ernstig verwond.

Ontvoering

In het noorden van Irak, in de oliestad Kirkuk, is zondag een Arabische politicus ontvoerd. De 38-jarige Abdel Hussein al-Aboudi staat aan het hoofd van een lokale Arabische partij. Hij werd volgens zijn secretaris door drie Koerdisch sprekende, gewapende mannen ontvoerd. Sinds oktober was er in de stad een reeks van aanvallen op Amerikaanse militairen en Iraakse politiemensen.

Functionarissen van de lokale Koerdische partijen PUK en KDP ontkennen elke betrokkenheid bij de ontvoering van Al-Aboudi. De leider van de plaatselijke PUK-afdeling zei geen informatie te hebben over de verblijfplaats van de politicus, maar bevestigde dat zijn beweging "wrok" tegen hem had in verband met "zijn rol in de veiligheidssituatie in Kirkuk".

De stad is het toneel van etnische spanningen tussen soennieten, sjiieten, Koerden en Turkmenen. Duizenden Koerden zijn onder het bewind van Saddam Hussein uit de stad verdreven om plaats te maken voor Arabieren om het olierijke gebied te 'arabiseren'. De Koerdische partijen pleiten voor de terugkeer van de verdreven bewoners.