NAPELS - Alle EU-lidstaten zullen de komende jaren zeker hun eigen vertegenwoordiger behouden in de Europese Commissie, het machtige dagelijks bestuur van de unie. Daarover heeft zich zaterdag overeenstemming afgetekend tijdens overleg van de Europese ministers van Buitenlandse Zaken over een EU-grondwet.

Nederland dringt aan op een kleinere en slagvaardiger commissie, waarin de lidstaten bij toerbeurt een eurocommissaris leveren. De landen die niet aan de beurt zijn, zouden een niet-stemgerechtigd lid hebben. Onder druk van de tien nieuwe lidstaten, die mei volgend jaar tot de EU toetreden, staat in een voorstel voor de grondwet dat voorlopig elk land een eigen commissaris behoudt. De EU-regeringsleiders bespreken dat voorstel over twee weken op hun top in Brussel.

Nu hebben Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Italië en Spanje ieder twee vertegenwoordigers in de commissie en alle andere landen een. Het is nog onduidelijk of de grote landen hun twee leden zullen behouden. Ook staat nog niet vast voor hoe lang elk land een zetel behoudt in de Europese Commissie. Huidig EU-voorzitter Italië stelt een herziening voor over vijf of tien jaar.

Stemverdeling

Italië wil verder voorlopig ook niet tornen aan de afspraken over de verdeling van stemmen, als ministers bij meerderheid moeten stemmen. Daarmee komt de Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken Frattini vooral Spanje en Polen tegemoet. Zij zouden op grond van eerdere voorstellen fors aan stemmen moeten inleveren. Duitsland, dat nu maar twee stemmen meer heeft dan bijvoorbeeld Spanje, ziet dit echter absoluut niet zitten.

Nederland heeft verder van Frattini gedaan gekregen dat hij in het grondwetvoorstel de passage opneemt dat alle lidstaten, ook de kleinere landen, even veel kans moeten maken als de grote op bepaalde hoge Europese functies.

Meer zeggenschap Europese Parlement

Verder is Frattini ook gewonnen voor het idee om het Europees Parlement meer zeggenschap te geven bij de benoeming van de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie. Ook dat is een vurige Nederlandse wens.

Diplomaten denken dat die toegeeflijkheid vooral is ingegeven door het hard op tafel slaan door staatssecretaris Nicolaï (Europese Zaken) over het toestaan van hogere begrotingstekorten voor Duitsland en Frankrijk. Frattini zal over twee weken met voorstellen komen die de Nederlandse bezwaren op dit punt kunnen ondervangen.

Defensiebeleid

Op het gebied van een gezamenlijk Europees defensiebeleid is weinig vooruitgang geboekt. De Franse minister van Buitenlandse Zaken de Villepin stelde zowel vrijdag als zaterdag tijdens het EU-overleg dat hierover een akkoord is bereikt. Zijn Zweedse collega Freivalds noemde die uitspaak ‘grotesk’.

Zweden en de andere neutrale EU-landen Oostenrijk, Finland en Ierland kunnen zich niet vinden in een bepaling dat zij andere lidstaten militair te hulp moeten schieten als deze worden aangevallen. Ook is er nog grote onenigheid over de vorming van een kopgroepje van landen dat het voortouw kan nemen bij EU-defensie-operaties.

Nicolaï wil tekstvoorstellen daarover eerst verder bestuderen. Hij zei dat het nog niet vast staat of ook Nederland tot zo'n kopgroepje kan of wil behoren. Verder is nog overleg nodig met de VS over overlappingen met de NAVO.

Defensiehoofdkwartier

Ook is er nog geen duidelijkheid over een apart EU-defensiehoofdkwartier. De Britten willen dit zoveel mogelijk onderbrengen bij de NAVO. België, als groot voorstander van een apart hoofdkwartier in eigen land, wil hieraan deels tegemoet komen, mits er een grote militaire EU-planningseenheid komt. Volgens sommige lidstaten is dat bijna hetzelfde als een hoofdkwartier.