DEN HAAG - Een 41-jarige vrouw heeft woensdagochtend in het huis van bewaring in Breda zelfmoord gepleegd, enkele uren voordat ze bij de rechtbank in Den Haag terecht zou staan wegens brandstichting. Zij hing zich volgens haar advocaat op in haar cel. Een woordvoerster van het Openbaar Ministerie (OM) in Breda bevestigde de zelfdoding.

De Leidschendamse B.K. had volgens haar raadsman P. Lagerweij al eerder een zelfmoordpoging gedaan. Toen sprong ze volgens hem voor de ogen van haar dochtertje van een flat. De vrouw werd eerder dit jaar overgeplaatst van een psychiatrische afdeling in Nieuwersluis naar Breda, waar niet zo'n afdeling is.

De vrouw moest voor de rechter komen omdat ze brand gesticht zou hebben in het huis van haar vriend in Zoetermeer. De rechtbank heeft het OM in Den Haag niet-ontvankelijk verklaard wegens de dood van de Leidschendamse.

Lagerweij zei dat de Leidschendamse overstuur was door perikelen rond het psychologisch onderzoek, dat zij op last van de rechtbank moest ondergaan. De Forensisch Psychiatrische Dienst (FPD) zou niet voortvarend genoeg te werk zijn gegaan, waardoor opname bij de Haagse kliniek Parnassia niet door dreigde te gaan. De vrouw was volgens de advocaat bang alsnog naar de gerechtelijke observatiekliniek het Pieter Baan Centrum (PBC) te worden gestuurd: zij was bang omdat ze dan TBS zou krijgen.

Inmiddels was bekend geworden dat de vrouw vanaf donderdag bij Parnassia kon worden opgenomen, maar de advocaat van de Leidschendamse wist niet zeker of dat nieuws haar heeft bereikt. Ze zou in een isoleercel hebben gezeten toen hij de afgelopen dagen die informatie wilde doorspelen.

Woensdagochtend zat de verdachte overigens in een gewone cel, aldus een gevangenismedewerker. Volgens een woordvoerder van het OM in Breda is er geen aanleiding voor nader onderzoek naar de omstandigheden van de zelfmoord.