WASHINGTON/AMIRIYA - Amerikaanse militairen in Irak lieten een terrein voor nucleaire proeven onbewaakt ondanks het dringend advies van Amerikaanse onderzoekers in mei het gevaarlijke terrein af te zetten. Twee dorpelingen uit de omgeving onder wie een jongetje van vier zijn opgenomen met de symptomen van stralingsziekte.

De Amerikaanse bevelhebber in Irak, generaal Ricardo Sanchez, heeft volgens de The New York Times van dinsdag een onderzoek gelast naar de vraag waarom er niets werd ondernomen. Na de val van het regime van president Saddam Hussein spoedden Amerikaanse onderzoekers zich naar het bij de coalitie bekende complex ten noorden van Bagdad waar tot 1991 proeven met radioactieve straling werden genomen.

Kobalt-60

Ze troffen er nog radioactief materiaal aan zoals capsules met Kobalt-60 en ze registreerden er de straling. Het moest worden bewaakt volgens de onderzoekers maar er gebeurde niets. In september werd het complex geplunderd en twee radioactieve capsules verdwenen. Pas twee weken nadat de plundering was gemeld gingen de bezetters een kijkje nemen.

De capsules zijn inmiddels teruggevonden in dorpjes in de omgeving met behulp van helikopters die straling detecteren. Gevreesd wordt dat meer dorpelingen stralingsziekte hebben gekregen van de rondslingerende capsules of staafjes.

Van het kobalt kunnen simpele 'vuile' kernbommetjes worden gemaakt maar de plunderaars van het complex hadden het vooral op oud metaal voorzien.

Kritiek

De Amerikaanse regering wordt fel bekritiseerd wegens de laksheid ten aanzien van plunderingen. De Amerikanen zouden bij hun opmars alleen olie-installaties hebben veiliggesteld. De Iraakse nucleaire centrale Tuwaitha werd in de nasleep van de Amerikaans-Britse aanval leeggeplunderd. De Verenigde Naties spraken daar hun zorg over uit en inventariseerden wat daar is gestolen.

De Amerikaans-Britse coalitie stelde dat de aanval op Irak tot doel had het gevaar van massavernietigingswapens te bezweren.