NIJMEGEN - De helft van de vrouwen die een kind proberen te krijgen door reageerbuisbevruchting raakt na een, twee of drie pogingen zwanger. Dat betekent dat uiteindelijk een op de vijf pogingen tot in-vitrofertilisatie, ofwel IVF, slaagt.

Dat blijkt uit de nieuwste cijfers van de IVF-registratie van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie. De Nijmeegse gynaecoloog dr. J. Kremer houdt deze cijfers voor de vereniging bij en maakte ze vrijdag bekend. Jaarlijks worden in Nederland rond pogingen tot reageerbuisbevruchting gedaan. Dit aantal is volgens Kremer al enkele jaren stabiel.

Het aantal ICSI-behandelingen neemt snel toe, zegt de Nijmeegse gynaecoloog. Bij de ICSI-methode wordt een zaadcel met een injectienaald rechtstreeks bij een eicel gebracht. Vorig jaar deden ruim 5200 paren een ICSI-poging. Volgens Kremer wordt de methode in vakkringen en bij ouderparen steeds beter geaccepteerd.

De Nijmeegse arts vreest door de jongste kabinetsplannen met de reageerbuisbevruchting een toename van meerlingzwangerschappen. Het kabinet wil alleen de tweede en derde poging nog vergoeden. Ouderparen zullen de kans op succes bij de door henzelf betaalde eerste poging willen vergroten door meer bevruchte eicellen terug te laten plaatsen. Dat leidt onvermijdelijk tot meer meerlingen, met alle mogelijke complicaties en meerkosten van dien, zegt Kremer.

De nieuwe stichting Landelijke Infertiliteitsregistratie (LIR) registreert vanaf volgende week vrijdag alle IVF- en ICSI-pogingen. Dit is een door het College voor zorgverzekeringen betaalde, onafhankelijke organisatie, die meer cijfers over vruchtbaarheidsbehandelingen gaat verzamelen.

Zo gaat de LIR ook gegevens uit verloskundepraktijken gebruiken. Daardoor komen meer cijfers beschikbaar van de uiteindelijke uitkomst van IVF-zwangerschappen, die tot nu toe in Nederland ontbreken. Het Universitair Medisch Centrum St. Radboud (UMC) houdt volgende week vrijdag in Nijmegen een symposium over reageerbuisbevruchting.