WASHINGTON - President Bush wil de landen die de Verenigde Staten helpen in hun strijd tegen het terrorisme financieel belonen. In zijn maandag gepresenteerde begroting voor het volgende jaar (oktober 2002-september 2003) vraagt hij het Congres 25,4 miljard dollar te besteden aan buitenlandse hulp en projecten in het buitenland. Dat is een toename van 5,9 procent ten opzichte van dit begrotingsjaar.

De grootste begunstigden zijn Pakistan, India, Jordanië, Jemen en Oman. Pakistan, dat dit jaar al 600 miljoen dollar extra ontving voor de hulp bij de Amerikaanse operatie in Afghanistan, krijgt 200 miljoen dollar economische en 50 miljoen dollar militaire hulp. Dat is aanzienlijk meer dan de oorspronkelijk voor dit jaar geplande ,5 miljoen dollar.

De hulp aan Jordanië wordt bijna verdubbeld naar 448 miljoen dollar. Daarvan is 198 miljoen bestemd voor wapens en de rest voor economische hulp.

Een kleinere beloning is er voor India, dat de VS hulp aanbood in hun strijd tegen de Taliban en al-Qaeda, maar zijn ongenoegen toonde over de hernieuwde vriendschap tussen de VS en Pakistan. Het Aziatische land ontvangt volgend jaar 75 miljoen dollar in plaats van 7 miljoen in 2002.

Voor Jemen wordt 12 miljoen dollar uitgetrokken voor economische en militaire hulp. Oman krijgt miljoen dollar tegenover helemaal niets in dit begrotingsjaar.

Met het geld wil Bush verder onder meer de beveiliging van Amerikaanse ambassades verbeteren en programma's betalen ter voorkoming van terroristische aanslagen in de Verenigde Staten.