GAZA/JERUZALEM - De Israëlische strijdkrachten hebben maandag vijf Palestijnen gedood met behulp van een boobytrap. Het Israëlische dagblad Haaretz heeft dit uit kringen van de strijdkrachten vernomen.

Officieel heeft de joodse staat geen commentaar op de explosie die vier inzittenden van een auto en een voorbijganger doodden in de Gazastrook. Palestijnse waarnemers meenden dat de slachtoffers door een raketaanval vanuit een helikopter werden gedood.

De aanslag volgt op een ander krantenbericht van maandag dat het Israëlische leger regels zou hebben gekregen die het doden van Palestijnse activisten aan banden moet leggen. Justitie in Israël zou het leger hebben opgedragen geen liquidaties meer uit wraak te plegen.

Liquidaties

De strijdkrachten mogen uitsluitend Palestijnen om het leven brengen die ervan verdacht worden op korte termijn een aanslag in Israël te willen plegen en die ondanks verzoeken niet door de Palestijnse bestuurders zijn aangehouden. Voorts moet vaststaan dat de mogelijkheden zijn uitgeput om zelf de verdachte aan te houden.

De regels van de procureur-generaal zijn maandag niet van kracht geweest. Op de weg van Rafah naar Khan Yunis ontplofte maandag een auto waarin onder meer Ayman Burderi zat, een lid van het Democratische Front voor de Bevrijding van Palestina (DFLP).

Hij kwam om met de vier anderen. Burderi werd ervan verdacht betrokken te zijn geweest bij een aanval vorig jaar op een Israëlische legerpost in de Gazastrook. Daarbij werden drie Israëlische soldaten gedood. Het DFLP heeft onmiddellijk wraak voor de aanslag aangekondigd.

Sharon en Arafat

De dood van de vijf Palestijnen overschaduwt de veronderstelde bereidheid van de Israëlische en Palestijnse leiders, respectievelijk premier Sharon en president Arafat, om ondanks alles contacten te leggen en over een oplossing te praten. Sharon, een fel tegenstander van de Oslo-akkoorden uit 1993, sprak in het geheim de afgelopen week met naaste medewerkers van Arafat. Dat was voor het eerst sinds Sharon bijna een jaar geleden tot premier werd gekozen. Maar diens onverzoenlijke lijn krijgt steeds meer kritiek in Israël.

Sommige prominenten beginnen zich openlijk op de televisie af te vragen of de bezetting van de in 1967 veroverde gebieden wel vol te houden is. Een voormalig hoofd van de veiligheidsdienst Shin Beth, generaal Ayalon, waarschuwde eind vorige week bijvoorbeeld dat de bezetting een regelrechte ramp voor de joodse staat dreigt te worden. Sinds vorige week hebben 149 militairen van de reserve een petitie getekend waarin ze stellen geen dienst te willen doen in de bezette gebieden.

Israëlische media constateren dat steeds meer critici van Sharon hun ongenoegen spuien. De populariteit van de premier is volgens peilingen tot 47 procent gedaald. Niettemin blijft de premier en zijn door extreemrechts gedomineerde coalitiekabinet de harde lijn volgen, ondanks de aanhoudende dreiging van aanslagen in Israël en de ernstige economische problemen.

Positie VS

De VS staan onvoorwaardelijk achter de Israëlische regering. De VS hebben maandag samen met Sharon uitspraken die Arafat zondag in de New York Times deed, afgewezen. Arafat veroordeelde terroristische aanslagen tegen burgers en stelde nog steeds bereid te zijn te onderhandelen.

Hij gaf voor het eerst aan dat de Palestijnse leiding bereid is rekening te houden met de demografische zorgen van de joodse staat. Dat wil zeggen dat hij mogelijk de Palestijnse eis van terugkeer van vluchtelingen, zal afzwakken.

Sharon en een van de hoogste adviseurs van de Amerikaanse president, Condoleezza Rice, hebben maandag gezegd dat Arafats uitspraken niets betekenen en geen nieuws bevatten. Eerst moet Arafat 100 procent tegen het terrorisme optreden.

/DOSSIERMidden-Oosten