VOORBURG - Het aantal niet-westerse allochtonen is in 2002 minder hard gestegen dan de jaren ervoor. Wel is de groei van de allochtone bevolking nog steeds veel groter dan die van de autochtonen, namelijk 4 tegen 0,1 procent. Dat heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dinsdag laten weten.

In 2000 en 2001 groeide het aantal niet-westerse allochtonen nog met 5 procent. De dalende groei wordt onder andere veroorzaakt door het strengere immigratiebeleid en de verslechterde economische vooruitzichten. Hierdoor nam de immigratie af.

De economische terugval heeft de allochtone beroepsbevolking nauwelijks harder getroffen dan de autochtone, zo blijkt uit de werkloosheidscijfers. De werkloosheid onder niet-westerse allochtonen was vorig jaar namelijk nog steeds ruim drie keer zo hoog als bij autochtonen, 10 tegen 3 procent.

Allochtone scholieren zitten nog relatief vaak op een vbo- of mavo-opleiding. In 2002 deed driekwart van de allochtonen daar eindexamen. Van de autochtone leerlingen was dat 59 procent.