DEN HAAG - Moord uit eerwraak wordt niet apart in de wet opgenomen als strafverzwarende omstandigheid. Rechters kunnen bij hun beoordeling nu al rekening houden met allerlei omstandigheden waaronder het delict is begaan. Dat gebeurt binnen de maximale straffen zoals die in het Wetboek van Strafrecht zijn vastgelegd.

Dat schrijven de ministers Donner (Justitie) en Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie) vrijdag in antwoord op Kamervragen van de LPF. Het Tweede-Kamerlid Eerdmans wilde een extra lid in het wetboek om bij moord uit eerwraak een extra zware straf op te kunnen leggen. Justitie wijst erop dat op moord al de hoogste straf, levenslang of twintig jaar cel, staat en dat er daarom geen ruimte meer is voor strafverzwaringsgronden.

Aanleiding was de moord onlangs in Turkije op een meisje uit Almelo door haar vader. Hij wilde hierdoor de eer van de familie zuiveren.