RIJSWIJK - Een hart herstelt sneller als er kort na het infarct eigen beenmerg in de kransslagader wordt gespoten. Beenmergcellen ontwikkelen zich tot hartweefsel, dat het niet meer functionerende deel van het hart vervangt.

Dit hebben cardiologen uit Hannover (Duitsland), die deze methode hebben toegepast en wetenschappelijk getest, deze week in Orlando meegedeeld. Daar is het jaarlijkse congres van de American Heart Association, de hartstichting in de Verenigde Staten. ,,Dit is het mooiste wat er is'', zei vanuit Orlando de cardioloog dr. V. Manger Cats, medisch directeur van de Nederlandse Hartstichting, die al 25 jaar deze congressen bijwoont.

Patiënt eigen donor

Het mooie van deze methode van celtransplantatie is volgens hem dat iedere patiënt zijn eigen donor is. Hiermee is het afstotingsprobleem, dat een bezwaar is bij orgaantransplantatie, uit de wereld geholpen. In het beenmerg bevinden zich 'primitieve' cellen, die onder invloed van de juiste prikkels zich tot ander weefsel kunnen ontwikkelen, bijvoorbeeld hartspiercellen.

De Duitse cardiologen hebben bij dertig patiënten vier dagen na een hartinfarct wat beenmerg uit het bekken opgezogen, de nutteloze cellen eruit gehaald en de 'goede' cellen in de kransslagader van het geïnfarcteerde deel van het hart ingespoten. Buiten de wond ontstond weefsel, dat het niet meer functionerende deel van het hart vervangt.

Na een half jaar werden deze patiënten vergeleken met dertig andere patiënten,die een zelfde hartinfarct en dezelfde behandeling hadden gehad. Daaruit bleek dat de eerste groep een betere linker hartkamer had dan de tweede groep. Het bewijs, aldus Manger Cats, dat deze methode werkt.

'Verjonging'

De 'verjonging' van het hart werd voorheen pas in een veel later stadium toegepast. Door de nieuwe methode kort na het infarct toe te passen, is de kans dat het hart herstelt, veel groter, aldus Manger Cats.

Cardiologen in Nederland voeren met subsidie van de Nederlandse Hartstichting al jarenlang onderzoek op dit terrein uit. Een van de programma's betreft onderzoek naar de moleculaire en erfelijke achtergronden van de linker hartkamerfunctie.