ANTWERPEN - De Combinatie Berging Tricolor (CBT) moet de bergingsoperatie van het gezonken vrachtschip in het Nauw van Calais uitstellen tot april. Het winterweer zorgt voor te onstuimige omstandigheden, waardoor het werk niet meer mogelijk is en bovendien te gevaarlijk voor het personeel. Dat zei een woordvoerder van het Nederlandse Smit Salvage, onderdeel van de CBT, woensdag in Antwerpen.

In de afgelopen vijf maanden, waarin ongeveer vijftig dagen niet gewerkt kon worden door slecht weer, hebben de bergers het schip in negen delen gezaagd met een speciale zaagkabel. Per deel duurde dat ongeveer dertig uur. Vijf segmenten zijn daarna omhoog getakeld met kabels die in geboorde gaten zijn aangebracht. Eigenaar Wilh. Wilhelmsen is tevreden over het verloop van de operatie tot dusver.

Woordvoerder I. Brynildsen: "De omhoog getakelde stukken waren zo precies gezaagd, dat we de neiging kregen om ze in de haven weer aan elkaar te plakken voor een nieuw schip". De geborgen delen worden in de haven van Zeebrugge tot schroot verwerkt.

De vier overige delen liggen nog op de zeebodem ter hoogte van Zeebrugge. Bij het liften van het vijfde segment bleek dat het metaal van de wrakstukken aan het verzwakken is waardoor de kabels door het metaal heen gaan snijden. De stukken op de zeebodem beginnen uit elkaar te vallen en de dekken van het schip zakken in.

Zaagdelen

De zaagdelen kunnen niet meer in zijn geheel gelift worden. De CBT heeft besloten in plaats van kabels een kraanboot met een grijper in te zetten om de overgebleven vier stukken naar boven te halen. De Tricolor vervoerde 2862 auto's. Tot nu toe zijn slechts 330 wagens geborgen.

De rest is er tijdens de berging uitgevallen of ligt nog in de overgebleven stukken. De bergers gaan daarom ook de zeebodem rondom het wrak met de grijper schoonmaken, om puin en 'verdwaalde' auto's te verwijderen.

De CBT heeft alle bergingsschepen en het personeel naar huis gestuurd. Alleen een beveiligingsschip is achtergebleven om passerende schepen te attenderen op het wrak, dat vanaf het hoogste punt ongeveer 16 meter onder water ligt. Er is een kleine mogelijkheid dat de bergers voor april aan de slag gaan. Maar daar is een onafgebroken periode van ongeveer drie weken goed weer nodig en dat is niet waarschijnlijk. Het opstarten kost sowieso al enige dagen: personeel moet gemobiliseerd worden en het ankeren van de schepen kost ook een hoop tijd, aldus de woordvoerder van CBT.

Berging

De CBT denkt de berging, die oorspronkelijk in vijf maanden afgerond zou zijn, toch binnen de beraamde 42 miljoen euro te kunnen volbrengen. Eigenaar Wilh. Wilhelmsen moet bovenop die kosten ook nog een vergoeding aan de Franse, Belgische en Nederlandse overheid betalen voor de olievervuiling. Het is nog niet bekend hoeveel olie er op de kusten terecht is gekomen en wat dit gaat kosten.

Het is ook moeilijk de herkomst van de olie te traceren omdat in dezelfde periode nog een aantal schepen olie heeft gelekt. Woordvoerder Brynildsen denkt toch binnen een paar weken een overeenkomst te kunnen sluiten met de overheden.

De Directie Noordzee van Rijkswaterstaat schatte eerder al de kosten voor Nederland op 1 miljoen euro. Een woordvoerster liet woensdag weten dat er ongeveer 2400 ton aan olie-zandmengsel van de Nederlandse stranden is verwijderd.