TRIPOLI - Het team dat in Libië de vliegtuigcrash van 12 mei onderzoekt, gebruikt de verzamelde informatie om de laatste minuten van de rampvlucht na te bootsen met een vluchtsimulator.

Dat zei voorzitter van de luchtvaartmaatschappij, kapitein Sabri Shadi, zaterdag na een herdenking in de Libische hoofdstad Tripoli.

Bij de ramp met de Airbus van Afriqiyah kwamen 70 Nederlanders om, de 9-jarige Ruben was de enige overlevende van de in totaal 104 inzittenden. Afriqiyah had een herdenking georganiseerd voor elf omgekomen Libische bemanningsleden en twee air marshalls.

Volgens Shadi gebruikt het Libische onderzoeksteam, dat versterking heeft van onderzoekers uit Frankrijk, Zuid-Afrika en Nederland, onder meer gegevens van de voicerecorder en van de rampplek om de situatie na te bootsen.

De twee medewerkers van de Onderzoeksraad voor Veiligheid observeren bij het onderzoek. Het duurt waarschijnlijk nog maanden voor het team met een conclusie komt over de oorzaak van het neerstorten.

Ruben

Bij de herdenking in Tripoli waren twee ooms en een tante van Ruben aanwezig. De Nederlandse ambassadeur Bart von Bartheld hield een korte toespraak waarin hij de betrokken hulpdiensten, regeringsfunctionarissen en Afriqiyah bedankte voor hun werk en steun.

''Door de medewerking van Afriqiyah zijn de buitenlandse slachtoffers op snelle en waardige wijze gerepatrieerd'', aldus Bartheld.

Kransen

Eerder op de dag legden de familieleden van Ruben, de ambassadeur en sectretaris-generaal Ed Kronenburg twee bloemenkransen op de rampplek, vlakbij de luchthaven. De vliegtuigstoel waaruit Ruben is gered, staat er nog en ook daar hebben zijn ooms en tante even gekeken.

Op het veld waar het vliegtuig is neergekomen, liggen nog veel wrakstukken. De persoonlijke bezittingen van passagiers zijn vrijwel allemaal verzameld.