WASHINGTON - De Amerikaanse regering betaalt de ondernemimg waar vice-president Dick Cheney werkte, krankzinnnig veel geld voor olie in Irak.

Dit stellen een Democratisch en een Republikeins congreslid, respectievelijk Henry Waxman en John Dingell, in een boze brief aan president George Bush en veiligheidsadviseur Condoleezza Rice.

De twee congresleden eisen een onderzoek naar de redenen waarom de firma Kellogg, Brown & Root, onderdeel van de gigant Halliburton, zo veel geld voor olie rekent. De firma heeft een contract van de Amerikaanse overheid om de Iraakse oliesector weer op te bouwen. Ze zorgt daarbij ook voor brandstof die voor een deel uit Koeweit komt.

De firma importeert de Koeweitse olie en rekent daarvoor 60 eurocent per liter. Dat hoeft echter volgens deskundigen die Waxman en Dingell raadpleegden, beslist niet meer dan 23 eurocent per liter te kosten. De congresleden vragen zich af wie er dan zoveel winst maakt, Halliburton of de Koeweiti's.

Halliburton's Kellogg, Brown & Root heeft sinds 19 oktober al voor 140 miljoen euro Koeweitse olie aan de Amerikaanse bewindvoerders in Irak gesleten. Die olie wordt vervolgens voor de literprijs van 3,4 eurocent aan de Irakezen geleverd. Daarmee subsidiëren de Amerikaanse heersers in Bagdad de brandstofprijs vrijwel in zijn geheel voor de straatarme Irakzen. Volgens Waxman en Dingell is het krankzinnig dat de regering drie keer te veel betaalt voor olie en die vervolgens met een enorm verlies verkoopt. Een woordvoerster van Halliburton zei woensdag dat de firma nauwelijks aan de olie-import verdient en dat de werkzaamheden in oorlogstijd duur zijn.

Oneerlijke concurrentie

De kritiek in de VS op de regering over de uitbesteding van projecten voor de wederopbouw van Irak groeit. Er komen steeds vaker berichten over oneerlijke concurrentie, belangenverstrengeling bij topfunctionarissen, vriendjespolitiek ten gunste van zakelijke contacten van topfiguren uit de regering Bush, verkwisting door contracten te verlenen aan uitvoerders die duidelijk te veel geld vragen en over kostbare projecten waarvan het nut onduidelijks.

Een Amerikaans senator wond zich bijvoorbeeld recent op over een project van negen miljoen dollar om de Irakezen te helpen een postcode-systeem op te zetten. Hij vroeg zich af waarom een land dat duizenden jaren zonder Amerikaanse postcodes heeft overleefd die nu opeens nodig hebben. Ook het nut van in het Engels bedrukte T-shirts voor de brandweer van Bagdad riep vragen op.

Waxman en de Democratische senator Jospeh Lieberman hebben eerder aangedrongen op een onderzoek naar de geheimzinnige praktijken van de regering bij het verlenen van contracten inzake Irak.