DEN HAAG - Er is sinds de alarmerende rapportage van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) in 2000 een boel verbeterd bij de tbs-klinieken in Nederland. Toch constateert de IGZ nog steeds dat de doelstelling om patiënten binnen zes jaar van de opgelegde tbs-maatregel af te helpen in geen enkele kliniek wordt gehaald. Dat blijkt uit het rapport Tbs-klinieken in beweging dat de IGZ donderdag heeft gepubliceerd.

Om de doelstelling wel te halen zouden de klinieken jaarlijks 15 procent van de tbs-ers moeten laten uitstromen. Dat dit niet lukt komt onder meer omdat de nodige omslag van bewaken en verzorgen naar het echt behandelen van tbs-ers nog niet in elke kliniek is gemaakt.

Ook blijkt dat wet- en regelgeving doorstroom naar reguliere zorg belemmert. Bovendien is er een gebrek aan plaatsen waar tbs-ers (veelal seksueel delinquenten) die niet kunnen terugkeren in de maatschappij langer kunnen blijven.

Tbs-klinieken

Geen van de negen tbs-klinieken kreeg een volledige onvoldoende uitgedeeld. In 2000 was dat nog anders. Toen bleek dat de zorg van patiënten slechts in drie van de negen instellingen aan de eisen voor verantwoorde zorg voldeed. Maar volgens de inspectie moet er nog wel veel gebeuren.

Samenwerken

Over het algemeen constateert de inspectie dat de klinieken te weinig samenwerken en elk op hun eigen manier bezig zijn het wiel uit te vinden. Ze hebben ook verschillende visies op zorg, de opbouw en inzet van het personeelsbestand.

Daarnaast is de kwaliteit van de zorg in de klinieken nog niet voldoende in beleid omgezet, zijn ze soms te terughoudend als het gaat om dwangmedicatie, ontbreekt het soms aan fouten- en incidentenregistratie en gaat niet elke kliniek op de goede manier om met de inschatting van het risico op herhaling van een delict.

Verbetering op deze punten kan volgens de inspectie leiden tot een groter aantal beëindigingen van de tbs-maatregel en vermindering van het aantal tbs-passanten in de gevangenissen.