DEN HAAG - Een beschermde moslimgetuige bij het Joegoslavië Tribunaal heeft woensdag verteld dat hij Servische paramilitairen heeft zien voetballen met een afgehakt hoofd en een afgesneden hand. De getuige, voor zijn eigen veiligheid aangeduid als B-1780, deed dat woensdag uit de doeken tijdens het Milosevic-proces.

Hij verhaalde hoe Servische paramilitairen hem in mei 1992 in Oost-Bosnië mishandelden. 'Arkans Mannen' haalden de man, afkomstig uit Zvornik ten noorden van Srebrenica, op en brachten hem naar een boerderij. Daar trof hij een groep naakte moslims aan die werden gemarteld. Sommigen werden doodgeschoten tijdens de vier dagen die hij er gevangen zat.

Hoofd

B-1780 zag Servische paramilitairen voetballen met een hand. Ook schoten ze eens een voorwerp zijn kant op. Van dichtbij realiseerde hij zich dat het om een hoofd van een dode moslim ging.

Nadat de paramilitairen weer eens een moslim hadden vermoord, moesten lotgenoten het bloed van het lijk likken. Van een 20-jarige moslim die weigerde, sneden ze een oor af. De man moest zijn eigen lichaamsdeel opeten, aldus B-1780.

'Tamelijk onmogelijk'

Milosevic noemde de uitspraken van de getuige tijdens het kruisverhoor 'ongelofelijk' en 'tamelijk onmogelijk'. B-1780 bleef echter bij zijn verhaal.